Nico Dijkshoorn. Beeld Artur Krynicki
Nico Dijkshoorn.Beeld Artur Krynicki

Ik zou zoveel gedichten in het Russisch en Oekraïens op muren willen zetten

PlusNico Dijkshoorn

Nico Dijkshoorn

Uitgeverij De Bezige Bij heeft het verzetsgedicht Iemand stelt de vraag van Remco Campert, dat sinds 2017 op de zijgevel staat, laten vertalen in het Oekraïens, Russisch, Engels, Duits en Frans. Mooi. Je kunt een boek uit iemands handen rukken en de ongewenste bladzijden uit de kaft rukken, maar een muur moet je bombarderen.

Een liefdesgedicht wordt gelezen door een man die drie jaar eerder zijn vriendin even kort in brand stak omdat ze lachte naar een andere man. Een vader, huilend voor een muur. Hij leest het gedicht Weggaan van Rutger Kopland. Zijn dochter ging een week eerder studeren in een andere stad.

Ik ben blij met de muur van De Bezige Bij. Gedichten kunnen levensveranderend zijn. Ze geven je net het beslissende zetje in de goede of de slechte richting. Ik las als 16-jarige het gedicht Graf te Blauwhuis van Gerard Reve en begreep opeens veel meer over de zinloze dood, over verdriet, onmacht en het geloof.

Ik las het gedicht Tijd van M. Vasalis en keek daarna anders. Het armzalige, evolutionair mislukte experiment Mens – laten we eens kijken wat er gebeurt als we er een beetje vrije wil in mengen – is niets anders dan een korte windvlaag in de tijd.

Ik zou zoveel gedichten in het Russisch en Oekraïens op muren willen zetten. Het liefst in Kiev. Dwing de Russen om weerloze woorden kapot te schieten. Zet het gedicht De Mus van Jan Hanlo, dat helemaal bestaat uit vogelklanken, op de zijkant van een regeringsgebouw en laat het ze maar kapot beuken. Toon de hele wereld hoe afgestompte bloeddorst omgaat met het weerloze woord ‘Tjielp’.

Het allerliefst zou ik een gedicht van K. Schippers op iedere muur in de Oekraïne willen. Nee, weet je wat, doe maar heel Europa. Alleen de titel hoeft te worden vertaald. Het gedicht zelf is de afbeelding van een schaakbord. Van bovenaf zien we alle schaakstukken in de uitgangspositie. Niemand heeft nog maar iets aangeraakt.

De titel luidt: Zwart wint in 39 zetten.

Laat ze daar maar op kauwen, die jongens uit Rusland. Ze hebben geleerd dat de speler die begint bijna altijd wint. Laat het woord ‘bijna’ maar even sudderen. Laat ze naar dat schaakbord kijken en denken: Hoe wint zwart dan? Laat ze desnoods denken: Hoezo is dit een gedicht?

Het gaat hierom: vlak voordat ze gaan doden en kapotmaken zal het gedicht zich voorgoed in hun hoofd nestelen. Dertig jaar later zullen zij zich dat schaakbord en de tekst nog herinneren: zwart wint in 39 zetten.

Nico Dijkshoorn schrijft wekelijks een column voor Het Parool en spreekt zijn bijdragen ook geregeld in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden