Erik Jan Harmens. Beeld Artur Krynicki
Erik Jan Harmens.Beeld Artur Krynicki

Ik zou willen dat ik tijdens borrels niet meer hoef te pochen

PlusErik Jan Harmens

Vroeger ging ik weleens bij mijn broer achterop de crossbrommer. Ik mocht ’m niet om zijn middel vasthouden, anders dachten mensen dat we homo waren. Als we door de bocht gingen, moest ik meeleunen. Vaak leunde ik te veel mee en gingen we bijna op onze plaat. “Niet zó erg meeleunen!” riep mijn broer dan.

Het is exemplarisch voor mijn leven. Ik word omgeven door mensen en die mensen vormen onderling groepen en ik wil niet alleen overblijven, dus probeer ik bij groepen aan te haken, maar dat lukt niet altijd, omdat ik te veel meeleun. Toen ik schrijver werd, keek ik naar hoe literaire mensen zich gedragen en ben ik dat gedrag gaan imiteren. Ik leerde dat je erbij hoort als je zegt dat je bepaalde boeken hebt herlezen. Eén keer gelezen en daarna nóg een keer.

Op boekenborrels pochte ik in de richting van wie het maar horen wilde: “Ik heb pas Oblomov nog maar eens herlezen.” Daar kwam ik mee weg, tot ik er niet meer mee wegkwam. Op een middag had ik de verkeerde voor me, namelijk een kenner van het werk van Ivan Gontsjarov, de schrijver van de in 1858 verschenen roman Oblomov, en op geen van zijn vragen wist ik een antwoord. Dat kwam doordat ik het boek niet twee, maar één keer gelezen had, en dan ook nog maar voor een kwart.

Behalve in de literaire wereld, beweeg ik me in zakelijke contreien. In die wereld praat ik heel anders en zeg ik dingen als: “Mark my words: als die voorzieningen vrijvallen, gaat die wpa door het dák!” Wpa staat voor winst per aandeel: de winst die een beursgenoteerde onderneming maakt, gedeeld door het aantal uitstaande aandelen. Door er drie Engelstalige woordjes aan toe te voegen en de uitdrukking ‘door het dák’ te bezigen, straal ik nonchalance uit en doe ik alsof ik weet waar ik het over heb.

Ik kwam er altijd mee weg, tot ik er niet meer mee wegkwam, want ik weet eigenlijk net zoveel over beleggen als over Russische literatuur uit de 19de eeuw. Op een middag had ik de verkeerde voor me, namelijk een handelaar in aandelen, en op geen van zijn vragen wist ik een antwoord. Ik zweeg net zolang tot het ’m verveelde en hij wegliep als een moegespeelde poes van een dode muis.

In plaats van steeds maar meeleunen, zou ik zélf willen sturen. Ik zou willen dat ik tijdens literaire borrels of zakelijke evenementen niet meer hoef te pochen, maar gewoon mijn eigen verhaal kan vertellen. Ik zou willen dat ik nooit meer hoef te vrezen dat ik de verkeerde voor me heb. Ik zou mezelf willen zijn, zonder angst dat dat niet goed genoeg is.

Erik Jan Harmens (1970) is schrijver en dichter. Hij schrijft elke week een column over prikkels en andere zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden