Femke van der Laan. Beeld Artur Krynicki
Femke van der Laan.Beeld Artur Krynicki

Ik zou wel iets tegen de vis willen zeggen, iets luchtigs

PlusFemke van der Laan

Ik sta in de keuken. Het is de tijd van het jaar dat de zon en ik een wedstrijdje doen, wie de eerste is die tevoorschijn komt, wie het vroegst is. Vandaag was ik het nog, maar ik zie, ondanks de regen, ondanks het dikke pak wolken dat het licht nog even tegenhoudt, dat het morgen zomaar afgelopen kan zijn, dat ik me morgen misschien wel gewonnen geef.

Ik sta voor het raam met een kom in mijn handen. In de kom zit een vis. De andere vis.

Gisteravond werd ik geroepen door de middelste. Mama. Ik lag al in bed. Zij ook. Het was zo lang geleden dat er werd geroepen na bedtijd, mama, dat ik het eerst niet kon plaatsen. Ik hoorde het wel, mama, maar het leek wel of het niet om mij ging. Of om haar. Dat zei ik ook, toen ik bij haar kwam: ik wist niet dat je mij riep. Ze had er geen aandacht aan geschonken. Ze had naar de vis gewezen, naar de spiegel die om was gevallen op de kom, naar de kom die kapot was. In het laagje water dat was achtergebleven, tussen de scherven, zwom de vis.

Ik kijk naar de kom in mijn handen. Terwijl de jongste handdoeken pakte en de middelste en ik stekkers uit stopcontacten trokken, had de oudste de vis in een glas gedaan en was ermee naar beneden gelopen. Ze had hem overgegoten in een kom, in deze kom, de kom waar soms chips in gaat, en soms sla. Er kan veel chips in. En weinig sla. En een vis. In z’n eentje.

Vannacht heeft hij op het aanrecht geslapen. Toen ik in de keuken kwam, bewoog hij niet. Hij zweefde in de buurt van de bodem. Hij werd pas wakker op het moment dat ik de kom optilde. Ik wilde koffie maken, maar ik was bang dat het apparaat de vis wakker zou maken, uit bed zou trillen. Dus deed ik het zelf, was ik het die de vis wekte. Nu staan we samen voor het raam.

Ik zou wel iets tegen de vis willen zeggen, iets luchtigs, over winnen van de zon of je gewonnen geven, of iets dramatisch juist, over wat er met de andere vis is gebeurd, over dat het hier gevaarlijk is, voor vissen, en dat alles steeds doodgaat, maar ik voel dat als ik tegen de vis ga praten, het einde zoek is, dus staren we samen een tijdje naar de regen tot ik weer aan de koffie denk en de kom op de wasmachine zet. De vis kijkt nog wat langer naar buiten.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden