Plus Thomas Acda

Ik zou hem mijn ouwe gympen nog niet hebben geleend

Thomas Acda Beeld Artur Krynick

Onthoud: hoor je mij mompelen dat het best hard gaat met die Appletjes? Dumpen, nog voor ik uitgesproken ben. ‘Ik vertrouw die Unilevers niet?’ Kopen met alles wat je hebt. Het spaargeld van je oude oma jatten zelfs. Ze zal je dankbaar zijn.

Beleggen – ik kan het niet. Toch kun je er dan alsnog rijk mee worden. Een vroegere vriend die er ook geen bal van kon heeft er miljoenen mee verdiend. Niet helemaal legaal begreep ik later van een aantal BN’ers. Bedotte Nederlanders. BBN’ers zelfs. Behoorlijk bedotte Nederlanders. Voor wel vijftien miljoen. Mijn oude vriend P. (al is die P. zo niets onthullend dat ik hem net zo goed elke ander letter had kunnen geven) beloofde ‘een verdubbeling van uw inleg!’ binnen drie jaar. Als gezegd, ik kende hem goed en ondanks het feit dat we goede vrienden waren had ik hem mijn ouwe gympen nog niet geleend.

Een aantal figuren uit de Nederlandse bladen geloofden echter zijn Gouden Bergen. Waarmee maar weer bewezen is dat als je een quizje presenteert dan wel wint je nog steeds niet heel erg slim hoeft te zijn.

P. nam het geld mee naar Z., het land, en was vervolgens onbereikbaar. Nergens kan ik vinden dat hij veroordeeld is, dus al met al een respectabele misdaad. Of respectabel? Ik bedoel: mijn vader prentte me heel mijn jeugd in: “Als ik je toch van het bureau moet halen, kun je maar beter zonder geweld tien miljoen bemachtigd hebben.” 

Hij zei dat vlak nadat hij mij van het bureau had moeten halen. Spelen in de bouw was mijn misdaad en de wereld was nog zo klein dat toen de agent mijn ouders had gebeld dat ‘hij mij vasthield’, mijn vader binnen twee minuten het bureau in liep, zonder een woord te zeggen de veldwachter van dienst de deur naar mijn cel sommeerde open te maken en mij aan mijn ­haren naar buiten trok en al rijdend achter op zijn fiets slingerde. 

Toen ik weer op durfde te kijken, de zomeravondwind door mijn resterende lokken, zag ik dat hij op zijn sokken was. Zoveel haast had hij gehad mij te bevrijden. Ik was hem zeer dankbaar. En knoopte zijn les goed in mijn oren.

P. was, zonder geweld, met vijftien miljoen naar Z. weggekomen. Ik dacht het glas te heffen op P. en zijn slimme misdaad, maar mijn vader dronk al, zonder te proosten.

“Niets zegt me dat ie het geld zelf wél nog heeft. Heb ik liever jouw onkunde. Hoe gaan de ING’tjes?”

“Kopen,” zei ik, en we pakten allebei onze telefoon om ze te dumpen.

Thomas Acda(1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van ‘de’ Amsterdammer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden