Plus

Ik zie ze steeds vaker, de schaduwkinderen

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (35) probeert op maandag, woensdag en vrijdag iets van het leven te begrijpen.

James Worthy Beeld Agata Nowicka

In de tram zit een somber meisje. Ze zit op schoot bij haar moeder. De moeder kijkt al zeker zeven haltes onafgebroken naar het scherm van haar telefoon. Het mobieltje woont in een hoesje dat vol is geplakt met nepdiamanten. Ze is druk aan het chatten. De moeder schenkt aandacht aan iedereen, behalve aan haar kind.

Het kleine meisje, ik denk dat ze nog geen zes is, kijkt naar de wereld met de ogen van een weduwe. Ik zie ze steeds vaker. De schaduwkinderen. Ze groeien op in de schaduw van alle onbelangrijke dingen die de ouders belangrijk hebben gemaakt.

Ik kijk naar het meisje en voel mijn adoptiedrang almaar sterker worden. Ik wil haar ongewassen haartjes vlechten en daarna gaan touwtjespringen in wolken van roze stoepkrijt, maar dat gaat niet gebeuren. Ik stap straks gewoon uit de tram en ik zal haar gaan vergeten.

Voordat ik uitstap, kijk ik voor een laatste keer naar het sombere meisje. Ze is ongewassen en te dun. De etensvlekken op haar trui zijn ouder dan de trui zelf. En ze is zo droefgeestig. Ik lach naar haar, maar ze lacht niet terug. Het arme meisje is ondervoed en toch zwaar op de hand.

Door de weerzinwekkende kindermishandelingszaak in Roelofarendsveen ben ik nog alerter geworden dan ik al was. Maar ja, die kinderen hebben niets aan alertheid, die kinderen hebben veel meer nodig dan de oplettendheid van een buurman. 350.000 kinderen per jaar hebben te maken met kindermishandeling. De thuissituatie zou te allen tijde een veilige haven moeten zijn, maar als de voordeur dichtgaat, zwemmen te veel kinderen dus met mensenhaaien.

Ik kan daar zo boos om worden. Een kind is een wenslamp en sommige ouders willen de wenslamp kennelijk wegwensen.

Bij ons in de straat woont een jongetje en ik heb dat jongetje nog nooit zien lachen. Kinderen moeten kwispelen, maar hij kwispelt niet. Hij loopt ook nooit tussen zijn vader en moeder in, nee, hij loopt altijd een meter achter zijn ouders, alsof hij een soort gezinstumor is waar ze van willen vluchten.

En op de voetbalclub van mijn zoon zit nog zo'n soort ventje. Dat mannetje heeft praktisch elke week meer blauwe plekken dan moedervlekken. Maar ja, mijn zoon heeft ook elke dag een nieuwe blauwe plek, het lijkt soms wel of hij ze spaart, dus misschien denken die andere ouders ook wel dat ik hem van de trap duw als hij stout is.

Alertheid alleen is dus niet genoeg, maar hoe grijp je in? Als je de ouders erop aanspreekt, ontkennen ze alles en lachen ze je uit. Als je de instanties belt, eindig je op een wachtlijst. En als je het mishandelde kind gewoon oppakt en meeneemt naar een mooie en liefdevolle plek, ben je een kinderontvoerder.

Het lijkt een onoplosbaar probleem, maar dat een probleem onoplosbaar lijkt, mag natuurlijk niet betekenen dat we er niet meer over praten. Laten we blijven praten totdat er een oplossing is, want kinderen zouden niet mogen leven als vlinders met hoogtevrees.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden