null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Ik zie nog steeds het meisje in mijn moeder

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Het laatste huis van je ouders, je zou het willen bewaren om er af en toe in rond te dwalen.

(Ik denk aan The Beanery van Kienholz in het Stedelijk Museum.)

Mijn moedertje, zo nuchter als wat, stuurde een bericht rond in de familieapp. Nu met de tweede ­coronagolf zijn mijn ouders bezig met regelen voor als ze er straks niet meer zullen zijn. Ze willen zich over een aantal zaken niet meer druk maken.

De verdeling van de inboedel bijvoorbeeld.

‘Denk eens na wat jullie zouden willen hebben,’ schreef ze.

Kleindochters reageerden een beetje onthutst.

Om er daarna een dolletje van te maken.

‘Maar vooruit, ik neem de kist met gouden sieraden,’ appte er een.

‘Ik maak geen grapje,’ antwoordde mijn moeder. ‘Dit doen ouders gewoon, want op papier zetten voorkomt ruzie.’

Daar zijn romans over te schrijven.

De speciaal op maat gemaakte boekenkast van mijn vader, die had ik al geclaimd.

Maar ik had nog iets op het oog. Waar ik mijn broers nog niet over had gehoord.

Een klein schilderij.

Het portret van mijn moeder als jong meisje.

Blond, een jaar of vier, vijf. Grote strik in het haar.

De bijna tachtig jaar tussen toen en nu hebben geen vat gekregen op de herkenbaarheid. Ik zie nog steeds het meisje in mijn moeder en mijn moeder in het meisje.

Decennia hing het ergens in de huizen waar ze woonden.

Kromgetrokken van het vocht uit oude muren.

Tot mijn moeder het op een dag liet restaureren, en het kind weer straalde.

Dat schilderijtje wilde ik wel hebben.

Ik wist er al een mooie plek voor hier in huis.

Toen we vorige week haar verjaardag vierden, en het verdelen van spullen – niet voor de eerste keer – weer ter sprake kwam.

Ik pakte het tactisch aan.

“Tevreden?” zei ik, en ik wees naar de cadeaus die wij haar hadden gegeven.

“Ja, heel erg,” zei mijn moeder.

Ik glimlachte naar haar.

“Dat schilderijtje,” zei ik toen, en nu wees ik naar de muur, “dat wil ik wel hebben.”

Ik leunde al achterover. Mijn moeder als jong meisje was van mij.

“Nou,” zei mijn moeder, “dat weet ik nog niet hoor.” Uit de standvastigheid in haar stem kon ik al opmaken dat het feest waarschijnlijk niet doorging.

“Hè?” zei ik. “Ik heb er niemand over gehoord!”

“Ik ben van plan dat schilderij onder de kleindochters te verloten,” zei mijn moeder. (Zag ik nou iets verbetens om haar mond?)

“O…,” was het enige dat ik uit kon brengen. (Dat had moeten zijn: “Nou moe.”)

En in de app die ze dit weekeinde rondstuurde herhaalde ze dat nog eens.

Die lege plek hier aan de muur brandt.

Ik beraad me nog op het ontketenen van een flinke ruzie.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden