Gijs GroentemanBeeld Artur Krynicki

Ik zie in iedere lotgenoot een potentiële ruziepartner

PlusGijs Groenteman

Ik ben daarnet naar de Hema en de Blokker geweest, op zoek naar een nieuwe waterkoker. Niet dat mijn oude waterkoker kapot was, maar ik ben er ook nooit echt tevreden over geweest. Mijn oude waterkoker is namelijk A) te klein, en B) soms gutst er een klein beetje kokend water over mijn hand bij het schenken. Jarenlang heb ik dat zomaar een beetje laten gebeuren, maar de tijd dat ik in en om het huis zomaar dingen liet gebeuren, is nu definitief voorbij. Alles moet goed zijn. De muren komen namelijk nog niet op me af, maar alles wat het niet helemaal goed doet, komt wél op mij af, en moet vervangen of gerepareerd worden.

De excursie naar de Hema en Blokker was weer reuze grimmig, zoals elke boodschap dat tegenwoordig is. In winkels kijken mensen, ikzelf incluis, elkaar met een holle, verschrikte blik aan. We zijn net nacht­dieren die plotseling in het volle licht staan. We houden afstand van elkaar alsof we een enge ziekte onder de leden hebben – o ja, dat is ook precies wat er aan de hand is. Ik kan me vaag herinneren dat we in het begin van deze crisis dachten dat het goede in de mensen nu naar boven kwam, die hoop begin ik langzaam kwijt te raken. Als ik door de supermarkt loop met mijn mandje of kar, zie ik in iedere lotgenoot een potentiële ruziepartner: ‘AFSTAND GRAAG!’, ‘HOU ZELF AFSTAND!’ – dat werk.

We zijn pas drie weken onderweg, pas vlak na de start van het begin, maar nog lang niet bij het eind van de aanvang, en het leven begint al grijzig te worden. Ja mensen, een paar weken binnen zitten en niet als een gek consumeren gaat ons niet in de koude kleren zitten!

Dankzij de talloze gestoorde Instagramfilmpjes en vele Zoomuitzendingen, allemaal bedoeld om ‘troost’ te bieden, krijg ik sowieso het idee dat we massaal knettergek aan het worden zijn.

De tv imiteert het grijze bestaan. De stokoude tv-programma’s (voor ‘troost’) hebben fletse kleurstellingen. In talkshows hangen gasten lusteloos op de bankjes die normaal volgepropt zijn met opgetogen publiek. Men is niet of nauwelijks opgemaakt, waardoor de tv bevolkt blijkt door afgematte kantoorbedienden, geen glamour meer te bekennen. Ik kan geen met-telefoon-gemaakt filmpje met slecht licht en blikkerig geluid meer zien.

De sjeu is eraf. Het optimistische ‘Hou vol!’ dat we elkaar in de eerste weken vrolijk toeschreeuwden, begint nu ineens wrang te klinken.

Ik denk aan de zomer die gaat komen. Ik vermoed dat het weer 40 graden gaat worden. Zouden we tegen die tijd alweer de stad uit mogen, of dolen we dan nog steeds door de straten, zwetend en verhit, op zoek naar waterkokers, verstoken van vertier?

Reageren? gijs@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden