James WorthyBeeld Agata Nowicka

Ik zie hem staan. De jongen bij wie ik altijd afkeek

PlusJames Worthy

Op perron 10b zie ik hem staan. De jongen bij wie ik altijd afkeek. We zaten bij elkaar op de havo. Hij woonde met zijn moeder in de Planciusstraat. Zijn vader was weg. Niemand wist waarnaartoe. En toch keek ik bij hem af.

Hij was slim. Hij deed zijn uiterste best voor zijn moeder. Ik deed wat ik moest doen voor mijn ouders. Hij deed er alles aan om zijn moeder trots te maken.

Ik wilde mijn ouders niet teleurstellen. Dat was voor mij het hoogst haalbare: het voorkomen van teleurstelling.

Het feit dat mijn ouders nog bij elkaar waren, maakte me minder hongerig dan hij. Ik had ruimte om te falen. Ik mocht lui zijn en experimenteren. Mijn ontsporen had te maken met een zoektocht naar creati­viteit. Ik zocht naar diepgang in wiet en schaakborden. Hij haalde tienen voor zijn moeder.

Ik weet nog een keer dat hij een tien haalde voor scheikunde. In het scheikundelokaal hing een douche voor noodgevallen. En omdat hij een tien had gehaald, mocht hij een keer douchen zonder geschorst te worden. De hele klas keek hoe hij zijn haar waste. Hij stond daar in zijn boxershort. Toen er geen schuim meer op zijn schedel zat, gaf de leraar hem een handdoek. De kern van het leven was nog nooit zo zichtbaar geweest.

Ik weet nog dat hij extra groot schreef, zodat ik bij hem af kon kijken. Schaapachtig schreef ik zijn koeienletters over.

In het examenjaar viel ik door de mand. Ik zakte en hij ging in Utrecht studeren. Hij ging op kamers en ik bleef thuis.

Op perron 10b zie ik hem staan. Hij draagt een regenjas over zijn winterjas heen. Zijn haar is lang. In zijn ene hand heeft hij een oude laptoptas vast. De rits is kapot. De tas zit vol halve liters bier. In zijn andere hand heeft hij een paraplu van een rondvaartrederij vast.

“Ik heb je nooit bedankt,” zeg ik. Hij kijkt me aan. Wenkbrauwen als een rommelige boekenkast.

“Montessori Lyceum?”

“Ja. Ik mocht altijd bij jou afkijken. Jouw intelligentie was een golf waar ik op mee surfte. Bedankt nog.”

“En jij bedankt dat je bij me af wilde kijken. Denk ik. Het gaf me ongetwijfeld een goed gevoel. Dat ik zo slim leek dat je mijn antwoorden wilde kopiëren.”

“Ik ben nog een keer bij je thuis geweest. Je woonde met je moeder op de Planciusstraat. Ik bleef bij jullie eten. We aten cornflakes met melk.”

“Ontbijtgranen worden gewoon granen als je zuinig moet zijn.”

“Je schreef extra groot voor mij.”

“Niet alleen voor jou. Ik hielp iedereen die hulp nodig had. Je hebt afkijkers en je hebt de mensen bij wie je afkijkt. Ik vind het jammer dat ik bij niemand kon afkijken. Afkijkers komen makkelijker vooruit in het leven. Ik leerde dit toen ik niet meer op school zat. Braafheid wordt afgestraft.”

“Je had een tien voor scheikunde. Niemand had een tien voor scheikunde.”

“En nu heb ik een laptoptas vol bier.”

Op perron 10b zie ik hem staan. De jongen bij wie ik altijd afkeek.

Ik test mijn dankbaarheid.

En scoor een onvoldoende.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden