Natascha van Weezel.Beeld Agata Nowicka

Ik zie eruit als een verlopen prinses

PlusNatascha van Weezel

Voor de deur van het Internationaal Theater Amsterdam staat een rij die tot aan de Febo in de Leidsestraat reikt. Ik heb geen zin om te wachten en dring zo onopvallend mogelijk voor.

Dat is het voordeel van in je eentje naar een evenement gaan; mensen merken het niet als je stiekem bij een ander plukje feestgangers gaat staan. Mijn voeten doen nu al pijn door de torenhoge hakken waar ik ze een halfuur geleden in heb gewurmd.

Even later sta ik bij de garderobe. “Was jij niet uitgenodigd voor het vipprogramma?” hoor ik een man in smoking aan een vrouw in galajurk vragen. “Nee, helaas kreeg ik alleen een kaartje voor het feest. Jij dan?” Het zwarte jasje van de man glimt in het licht. “Ik natuurlijk wel, maar ik had niet zo’n zin om de vip uit te hangen,” antwoordt hij zonder enig spoor van ironie. “Is dit je eerste bal?” vervolgt hij. “Ja, spannend hè?” zegt de galajurk. “Voor mij is het al de tiende keer. Ik ben een oudgediende.” De man lacht zijn witte tanden bloot.

Het Boekenbal is een wonderlijk tafereel. Als schrijver wíl je hiervoor worden uitgenodigd, al valt het me meteen op hoezeer het gaat om zien en gezien worden. Voor mij is het ook niet de eerste keer dat ik er ben. Jarenlang nam mijn vader me mee als ‘plus one’. We dansten en dronken samen totdat de beveiligers ons vriendelijk verzochten onze jassen te gaan halen. Nu ben ik hier voor het eerst alleen.

Zolang je de geforceerde gesprekken negeert (“Komt jouw nieuwe boek pas volgend jaar uit? Mijne al in september”) is het gezellig. Ik kom collega’s tegen met wie ik praat en drink totdat het bal is afgelopen. Daarna gaan we naar de afterparty in De Balie. Vragen over mijn vader probeer ik al de hele avond te ontwijken, maar nu valt een van zijn oud-collega’s me in de armen en zegt met dubbele tong: “Wat zou hij trots zijn dat jij hier tot het einde staat te dansen.” Tranen vallen op mijn glitterjurk. Ik zie eruit als een verlopen prinses.

Wanneer om zes uur ’s ochtends ook De Balie dichtgaat, besluit ik naar huis te lopen. In mijn rechterhand bungelen mijn hakken – gelukkig had ik ook platte schoenen meegenomen.

Mijn vader zou zéker trots zijn geweest dat ik tot het einde stond te dansen. Onderweg opent een bakkerij haar deuren. De geur van warm brood walmt me tegemoet. Iets verderop bouwen marktkooplui hun kramen op. In de verte kwetteren vogels een vrolijk lied. Een nieuwe dag breekt aan.

Natascha van Weezel (33) is journalist. Elke dinsdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden