Column

Ik zie de camping van mijn jeugd

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (36) probeert in Het Parool van maandag, woensdag en vrijdag iets van het leven te begrijpen.

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Ik kijk naar de kampeerfoto van VVD-Kamerlid Fred Teeven in het zomermagazine van de Volkskrant. Fred draagt een sportief hemdje. De kleur van het hemdje is dezelfde kleur als de tent en de kleur van het tafelkleed is dezelfde kleur als het zonnescherm dat achter de voorruit van zijn busje zit. Fred en zijn vrouw hebben overduidelijk over de dingen nagedacht.

Ik kijk al uren naar de kampeerfoto van meesterfotograaf Erik Smits. De foto is namelijk zo krankzinnig goed, dat ik, voor het eerst in tien jaar, weer naar kamperen verlang. Bovendien zie je op de foto de echte Teeven. Nike-slippers en licht verbrande schouders. Dit is Fred. Fred is een man die gelukkig kan worden van de geur van een zo-even opengetrokken blik ravioli. Ja, Fred zijn bloed gaat sneller kloppen van strakke scheerlijnen en geluidloze vrijpartijen op noppenmatrassen die nog naar de vakantie van vorig jaar ruiken.

Ik sluit mijn ogen en zie Camping les Roquilles in het Zuid-Franse Palavas-les-Flots. Ik zie de camping van mijn jeugd. We zijn net aangekomen; de blauwe Ford Granada stationwagen staat uit te puffen op het lauwe gras. Mijn vader koppelt de vouwwagen los en vouwt hem open. Dan kijkt hij naar de binnenkant en schudt met zijn hoofd. Hij weet dat het opzetten van deze tent meer dan twee uur gaat duren. Mijn vader probeert binnensmonds te vloeken, maar ik hoor de fuck's zachtjes voorbijvliegen.

We zijn pas vijf minuten op de camping en mijn zus heeft al vijf vriendinnen gemaakt, waardoor ik weer op Raymond Babbitt lijk. Mijn moeder voelt dat mijn autisme zojuist een Supermancape heeft omgedaan en vraagt aan mij of ik wil badmintonnen. We badmintonnen, totdat ze iemand ziet waar ik wel vriendjes mee zou kunnen worden. En aan hem vraagt ze of hij misschien met mij zou willen badmintonnen. En als dat jongetje 'non' zegt, geeft ze hem gewoon honderd Franse frank.

En 's avonds, als de tent staat, is het tijd voor de traditionele barbecue. Ik kijk naar mijn vader. Ik kijk naar een man die acteert dat hij weet wat hij aan het doen is. Hij wappert met een krantje. Hij verplaatst wat kooltjes. Hij kijkt naar de lucht, krabt aan zijn kin en draait de barbecue twintig centimeter naar links. En dan, pas dan, legt mijn vader het kleurloze campingsupermarktvlees op de barbecue.

Ik doe mijn ogen weer open en zie Fred Teeven en zijn partner Yvonne voor hun tent zitten. Fred zit in de zon, maar draagt geen zonnebril en Yvonne zit in de schaduw, maar draagt wel een zonnebril.

Ik doe mijn ogen weer dicht. We zitten aan tafel. Het tafelkleedje op de tafel is duurder dan de tafel en het plastic servies is al meer dan twintig jaar oud. Van de Mickey Mouse op mijn bordje is alleen nog een neus over. Mijn vader vraagt of er ketchup is, mamma ritst de tent open en pakt een fles uit de koelbox. Dat ritsen. Het mooist aan kamperen vind ik het geluid van de rits.

De hemelpoort heeft ongetwijfeld een ritssluiting.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden