null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Ik zette Remco Campert weer in het zicht, op de eerste rij

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Nog even over Remco Campert.

Ik sprak hem een keer in café Reynders op het Leidseplein. Het was al lang niet meer de kunstenaarskroeg uit zijn tijd. Toch wilde hij er afspreken, for old times’ sake.

Hij hield de hele tijd zijn regenjas aan en nam kleine slokken van zijn rode wijn. Het was al laat in zijn leven. Hij had zijn paraplu tegen het tafeltje gezet.

Ik stelde de verkeerde vragen en een echt gesprek werd het niet.

Hij vertelde een verhaal over een kunstenaar die op een paard het café was binnengereden. Hij keek voor zich uit en ik denk dat hij het verleden voor zijn ogen tot leven zag komen. Hij volgde met zijn ogen het paard.

Hij was helemaal zichzelf en helemaal alleen in het universum.

Niemand die zo mooi weg kon dromen als Remco Campert.

Het was onmogelijk op dat moment niet heel erg van de man te houden.

Had Remco Campert ook niet een boek over paarden geschreven? Het paard van ome Loeks?

Ik had zin in dat boek. Volgens mij had ik het in de boekenkast staan.

Carroll.

Céline.

Canin.

Carmiggelt.

Blijkbaar had ik wegens ruimtegebrek Campert toch naar achteren geduwd om ze uit het zicht op de tweede rij hun leven te laten leiden.

Ik trok een rij Carmiggelts uit de kast, en daar stonden dan twee boeken van Remco Campert.

Een liefde in Parijs en Het satijnen hart. Twee romans uit deze eeuw.

In Een liefde in Parijs staken een paar snippers. Op bladzijde 119 had ik een passage aangestreept: ‘Nooit eerder had hij zo scherp gevoeld dat het verleden hem definitief ontglipt was en dat de gedachte eraan hem alleen maar pijn en geen vreugde meer bezorgde.’

Ik hoop maar niet dat hij dat met vooruitziende blik over zijn eigen leven heeft geschreven. Al eerder, in diezelfde roman, op bladzijde 14, schreef hij: ‘Als hij straks op zijn sterfbed lag en er niets meer was om naar vooruit te kijken waar moest hij, beroofd van zijn herinneringen, dan aan denken?’

Voor de goede orde: het zijn gedachten van de schrijver Richard Sanders. (Maar wie zal zeggen dat Richard Sanders ook niet – een beetje – Remco Campert is, zit er volgens mij niet ver naast.)

Maar dat kleine boekje, het was een Zwart Beertje geloof ik, stond daar niet op de tweede rij in de kast.

Ik schoof een paar Carmiggelts naar achteren en zette Campert weer in het zicht, op de eerste rij.

Toen viel mijn blik op de cassettes met boeken die op de kast stonden, waaronder een van Remco Campert. Drie dikke delen: De verhalen, De romans en novellen, De gedichten.

Ik sloeg De verhalen open en zocht in de inhoudsopgave.

Geen Paard van ome Loeks.

Helemaal geen titel met een paard erin.

Ik ging nog een keer alle verhalen na.

Nog steeds geen paard.

Ik zette de Campert-cassette weer terug op de kast.

Zou hij de laatste dagen nog aan dat paard in Reynders hebben gedacht?

Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden