Roos Schlikker Beeld Lin Woldendorp
Roos SchlikkerBeeld Lin Woldendorp

Ik zet de schermen uit omdat ik even niet wil schrikken

PlusRoos Schlikker

Roos Schlikker

Wat zou ze bang zijn geweest. Ze was wel vaker bang. Onze kat Pluisje doet me aan haar denken. Als we schudden met de brokjes: schrik. Als de hond een balletje haar richting op rolt: schrik. Een bassende stem, een kinderlach, een stapel papieren die zuchtend van tafel waait: schrik, schrik, schrik.

Mijn moeder kon ook zo schrikken. En zich zorgen maken. Stel dat ze nu de oorlog had moeten volgen. Stel dat ze klimaatrapporten had gelezen. Stel dat ze alle online lelijkheid had gezien. Ik hoor het mezelf wijs zeggen: het is fijn dat ze dood is en het rottige niet meer meemaakt.

Gelul natuurlijk. Want je kunt nog zoveel schrikken, de dood is altijd afschrikwekkender. Het is de gestopte tijd, het einde aan alles, die me soms nog steeds woedend maakt. Achtenzestig werd ze maar. Er zijn haar zelfs geen extra minuten gegund om bang te zijn. Maar vooral niet om te zien hoe de schouders van haar oudste kleinkind zich dagelijks verbreden. Om te lachen als de jongste luidkeels ‘We wish you a merry Christmas’ zingt op de wc. In maart. Om mijn vader te besnuffelen die zich kranig dagelijks in een fietspakje hijst en te horen hoe hij fluit, elke morgen fluit.

Maar ze heeft het ooit wel gehoord. Mijn vader floot hun hele huwelijk. En misschien is dat wel wat echt telt. Laatst las ik over de Griekse termen kairos en chronos. Chronos is de lineaire, meetbare horlogetijd die ons regeert. Maar kairos is de tijd zoals we hem beleven, de innerlijke tijd die zich rekt op de momenten die indruk maken. Niet alleen de schrik van de seconde, maar vooral het opgaan in het ogenblik, een verstild gevoel van ruimte en aandacht.

Het is die vergetelheid waar ook ik naar verlang. Ik zet de schermen uit omdat ik even niet wil schrikken. En stomtoevallig, als ik vlak daarna een la opruim, valt mijn oog op een boekje dat ze vol pende in de jaren zeventig. Ze schrijft: “Als je tekent vertel je wat het is, in krabbeltjes zie je dan een visje. Als je van je biscuitje stukjes afhapt zitten er ook allerlei creaties in. Je praat zo leuk logisch, zegt in plaats van gekregen gekrijgt. Ben vanmiddag met je naar het dierentuintje geweest. Tot grote hilariteit van jou en een ander kindje liet een schaap een ‘grote’. Als we samen op de fiets zitten, zingen we. Jij keihard, totaal zonder remmingen. Goed zo, Roos!”

Ik staar naar de woorden en opeens is het nu ver weg. Net als haar sterven. Zelfs mijn tekst: het is fijn dat ze dood is en het rottige niet meer meemaakt. Want ze is er. Niet in de gewone tijd, maar in haar intensiteit. De wereld is veranderd. En zij is dood. Maar er is altijd het moment waarop we wegfietsen, luid zingend. Even voorbij bang, lawaai en schrik. Gestolde tijd. Niet van nu. Maar wel voor eeuwig. Kairos.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden