Thomas Acda.Beeld Artur Krynick

Ik zat niet op te letten

PlusThomas Acda

Mijn zoon is het huis uit. Ik had het kunnen weten, vermoeden, hij hintte er weleens op. Ik dacht alleen dat het zo’n vaart niet zou lopen. Of zoals mijn vrouw het noemt: “Je zat niet op te letten.” Het komt op hetzelfde neer maar dat van mij klinkt vriendelijker. Soms loop ik even naar beneden, waar zijn kamer is. Was. Weet ik nog niet. Is, denk ik, want echt leeg kun je hem niet noemen. De meeste kleren zijn er bijvoorbeeld nog.

“Ik heb daar nog geen kasten…” Dus blijven de meeste kleren hier.

“Ik neem alleen maar mee wat ik nodig heb.” En zo is het. Je hebt in feite alleen maar nodig wat je nodig hebt. Een logica die alleen kinderen van gescheiden ouders begrijpen. En vakantiegangers naar zomerse gebieden. Maar die komen er dan ter plaatse achter dat ze het met één korte broek, één shirt en een paar slippers ook wel hadden gered. Mijn zoon weet dit al vanaf zijn vierde en kan overal zijn. Hij ís zijn plek.

Ik sta op de drempel van zijn kamer. Al wat er weg is, is die eeuwige rugzak, zijn pick-up, wat jazzplaten die ik ooit van míjn vader heb gekregen en zijn bedbank. (Ik zat wel op te letten! Ik was diegene die zei: “Laten we een bedbank kopen! Da’s handig voor als je het huis uit gaat. Je nieuwe kamer zal vast niet zo groot zijn. Dan is een bedbank handiger.” Ik zat dus wel op te letten! Ik dacht alleen dat het zo’n vaart niet lopen zou.) Het maakt niet uit. Het gaat mij ook niet om zijn spullen.

We waren alleen vanaf zijn vierde, hij en ik. Hadden samen nieuwe spullen gekocht. Die hadden we in een nieuw huis gezet, in een nieuwe buurt. Met nieuwe geluiden, en niet zomaar nieuwe geluiden, bij Artis! Dus die sliep de eerste twee jaar niet in zijn nagelnieuwe jongenskamer. (“Ik hoorde een oorlog.” De apen. “Ik hoorde een leeuw.” De leeuw).

Elke smoes werd met beide handen aangegrepen. Door ons allebei.

Toen kwam zij. Dat was goed. En toen kwam kleine zij, dat was nog beter! Nu ben ik alleen met die twee. Goed. Gezellig! Echt heel leuk. Alles is goed. Ze staat ineens naast me, kleine zij. Ze zegt dat ze zijn kamer nog niet wil. “Nog niet nodig. Ik ben pas negen. Misschien volgend jaar, als ik tien ben. Dan heb ik natuurlijk een heel eigen leven.”

Ja, schat, dat is goed. Dit is voor ons inderdaad nog niet nodig.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van ‘de’ Amsterdammer.

Lees ook:
Of meneer Derwig even door wil schieten
Ik moest voor het gerecht komen en ik voelde me niet lekker
Da’s toch niet normaal, zo’n scheids?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden