Roos Schlikker. Beeld Lin Woldendorp
Roos Schlikker.Beeld Lin Woldendorp

Ik zal nooit een lintje krijgen

PlusRoos Schlikker

Toen prins Bernhard in mijn tieten kneep, wist ik: ik zal nooit een lintje krijgen. Jaren dacht ik niet aan het incident. Zelfs grote gebeurtenissen verkruimelen als je lang genoeg wacht, bovendien heb je voor dat speldje zo’n enorme staat van dienst nodig (denk aan een Jan Smit, Bassie & Adriaan en Penney de Jager) dat die lat sowieso te hoog ligt.

Maar nu staar ik bij een doodgewone bakker naar de vrouw voor me. Ze is het. Zeker weten. Het donkerblonde haar, de bruine ogen, het vriendelijke gezicht. Emily, de voormalige verkering van Willem-Alexander. Ooit deed ik mijn best op haar te lijken. Ik studeerde en deed daarnaast voor de lol iets wat op acteren leek. De biertjes achteraf vond ik belangrijker dan de artisticiteit. Maar toen kwam de vraag of ik wilde spelen in Emily, of het geheim van huis Ten Bosch. Een rol met vlees op de botten, want Beatrix zat in het stuk niet op een volks meisje te wachten en prins Bernhard wist haar uiteindelijk het paleis uit te jagen door haar ‘bij die bijdehante borstjes’ te grijpen.

‘Amateurgezelschap speelt koninklijk huis na,’ kopten kranten verlekkerd. Staatssecretaris van Cultuur Nuis trok plotsklaps onze subsidie in, gefluisterd werd dat een withete Trix dat orkes­treerde, en voor ik het wist schoot de ­voltallige royaltypers bij de première ellebogend beelden van ons amateuracteurs.

Op een dag stond ik bij de Albert Heijn met een pak melk, toen een oudere dame me aansprak. “Kind, breek toch met die jongen. Wat moet je in dat koninklijke ­circus?”

Daar hoefde ik gelukkig niets. Toen Emily werd verfilmd door de Vara, ontmoette ik de Franstalige cameraman op wie de hele cast een tikje verliefd werd. Iedere keer als hij met Allo Allo-accent ‘Camera loop!’ riep, fluisterde Bernhard grijnzend in mijn oor: “Eel lekker”. Sinds de wrapparty zijn we samen eel lekker blijven lopen.

Ik ontsnapte aan de gouden kooi. Evenals Emily. Wat een zegen. Geen eenzamer beeld dan dat van Queen Elizabeth die op de uitvaart van haar man verscholen achter een mondkapje wuifde naar de halve Britse natie. ‘Eenzaam maar niet alleen’, om met de woorden van Wilhelmina te spreken.

Ik kijk naar de rug voor me. Mooie, haast koninklijk rechte schouders. Zal ik haar aanspreken? Haar aantikken en zeggen: “Ooit was ik heel even jou”. Ach, waarom niet. Ik haal adem, schraap mijn keel. Dan draait de vrouw zich om en schreeuwt in plat Amsterdams: “Hé Sjaan, mot je ook een tijgerbol?” Een vrouw buiten, volledig opgetrokken uit zebraprint, brult: “Nee! Ik ben al vet genoeg, Mandy.”

Mandy. Ze is het helemaal niet. En wij hebben geen enkele connectie. Deze vrouw fungeerde slechts als haakje om me een moment terug te slingeren naar vroeger.

Ik heb geen idee hoe het het echte liefje van de prins verging. Ik hoop dat ze een mooi leven leidt. Net als ik. Zonder lintje, maar mét iemand die elke dag ‘Allo’ tegen me zegt. Emily is verdwenen. Een prettige stilte in.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden