Plus

Ik zag showmodellen die ook op Rodeo Drive niet zouden misstaan

Yasmina Aboutaleb (29) rapporteert op dinsdag en donderdag vanuit de stad.

Yasmina Aboutaleb Beeld Agata Nowicka

In Huis Marseille was een fototentoonstelling over steden. Metropolis. Op vijf continenten legde fotograaf Martin Roemers de gekte vast die een megastad met zich meebrengt. Een foto van Los Angeles is me het meest bijgebleven.

Rodeo Drive, de duurste winkelstraat van de wereld, 2013. Een paar knappe, Aziatisch uitziende meisjes, winkeltasjes aan de arm, poseren naast een geparkeerde sportauto, een soort zwarte glimmende batmobiel. Een paar ton op wielen, fluorescerend gele wielen, dat wel, met bijpassende bumper.

Het merk kan ik me niet meer herinneren, maar het moet iets gaafs geweest zijn, want achter de poserende meisjes was het een komen en gaan van de meest exclusieve wagens. Bentley, Ferrari, Aston Martin, dat werk. Ik heb niet zoveel met dure auto's, en ik zou er al helemaal niet naast poseren, maar even kijken doe ik altijd wel.

Zittend aan een tafeltje bij het raam in Turks restaurant Sahan in Nieuw-West moest ik ineens aan die foto denken. Van Los Angeles naar Amsterdam Nieuw-West is een kleine stap. In ieder geval een veel kleinere dan je zou denken, want ik keek mijn ogen uit.

Voor ik vertel wat ik zag, wat achtergrondinformatie, want de straat waar ik zat, Tussenmeer, een hoofdweg in Osdorp, is qua winkelaanbod alles behalve Rodeo Drive. Het is een doodgewone straat, met doodgewone mensen, en doodgewone winkels. Denk aan: een slijter, een Marokkaanse bakker, een islamitische kledingwinkel en natuurlijk een Febo.

In de straat kwamen drie categorieën auto's voorbij: het koekblik (Nissan Micra's met bejaarden en hun boodschappen), de familiewagen (voor wie de minivan vaak alsnog te klein was vanwege het groot aantal gezinsleden) en de showmodellen. En van die laatste categorie kwamen er opvallend veel voorbij. Audi's, BMW's en Jaguars die ook op Rodeo Drive niet zouden misstaan.

En alleen de nieuwste modellen. Zo zag ik een matzwarte Audi waarvan alle details diepzwart waren: de dikke velgen, het Audilogo, de geblindeerde ramen, de spoilers. Andere waren zo glimmend, alsof ze regelrecht van de fabrieksband kwamen rollen. En altijd zaten er jonge kerels in. Jonge jongens en dure auto's. Ik snapte er niks van.

Het waren er zo veel, het kon niet anders of de meeste van die auto's waren gehuurd, maar dan nog ben je er een vermogen aan kwijt. Misschien dat ze daarom de hele tijd heel hard rondjes reden, want zo'n auto moet wel gezien worden. Als het stoplicht oranje was, drukten ze het gaspedaal extra hard in. Zien is één ding, horen een tweede. Het diner liep ten einde en mijn tafelgenoot zag er inmiddels tegenop om naar huis te gaan. "Met mijn Renault Clio sla ik sowieso een pleefiguur," zei hij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden