Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Ik zag mijn vader op een bankje

PlusTheodor Holman

Als ik vroeger ging voetballen in het Vondelpark, kwam het wel eens voor dat ik mijn vader op een bankje zag zitten.

Alleen.

Zijn kantoortas naast hem. Nu eens las hij een Amerikaanse detective, dan weer at hij zijn boterhammetjes op en soms was hij aan het staren.

Ik kreeg dan last van vaderschaamte. Hij mocht mij niet zien, maar belangrijker: mijn vriendjes mochten hem niet zien. Dus ik maakte een grote omweg, alsof je schaamte kunt ontlopen.

Was ik angstig dat hij ontluisterd zou worden als mijn held? Zouden ze hem uitlachen om dat lichte Indische accent? Of omdat hij er opmerkelijk Indisch uitzag? Er waren wel meer Indische jongens op school, maar die hadden vrolijke vaders.

Ik ben nu zelf een bankzitter geworden. Ik ‘lees’ mijn telefoon. En als ik daarmee klaar ben, staar ik. Een aangename herinnering over niets (of misschien juist daardoor aangenaam) heeft zich per ongeluk verenigd met mistroostigheid. Het maakt het gemoed zwaar, zodat ik niet wil opstaan om verder te wandelen. Je probeert tevergeefs iets te herbeleven. En na een tijdje kan je niet meer terughalen wat je dacht en blijft mistroostigheid over.

Het park is niet het Vondelpark, maar het Flevopark.

Plotseling merk ik bij de speeltuin in de verte een kereltje op dat onmiskenbaar mijn kleinzoon is en barst mijn vader door alle gedachten die ik verder nog heb. Kleinzoon lijkt op een buigzaam twijgje dat met wind en zwaartekracht spot.

Ik moet voorkomen dat hij mij ziet. Misschien schaamt hij zich voor mij tegenover zijn vriendjes. Een mens kan van zichzelf beseffen dat hij enigszins raar is. Ik doe de capuchon van mijn hoody op, richt me op en keer hem, ofschoon de afstand misschien honderd meter is, de rug toe. Graag had ik hem nog wat stiekem geobserveerd.

Als ik denk dat ik uit zicht ben, doe ik de capuchon van mijn hoofd. Vader blijft vlak onder mijn schedel zitten. Naarmate ik ouder word, lijkt het steeds moeilijker vader en moeder uit mijn geest te bannen. Al die jaren na hun dood praten ze nog tegen mij, wat ik nog altijd met gebogen hoofd aanhoor.

Op een dag zei mijn vader: “Ik zag je voetballen in het Vondelpark.”

“Ja, en?”

“Je stond op doel. Je liet er twee door … Je lette ook niet op. Ik zag je dromen.”

“We hebben gewonnen,” loog ik.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden