Column

'Ik zag je knikken, terwijl ik het grappig bedoelde'

Theodor Holman Beeld Wolff
Theodor HolmanBeeld Wolff

Een sprookjes­huwelijk op een Italiaans kasteel. Alleen het kasteel is van 2014 en is speciaal gebouwd voor huwelijks­recepties. Na 'het feest' kunnen de jonggehuwden dan in de torenkamer hun huwelijksnacht vieren.

Ik ben vriend van de ouders van bruidegom Frans, een redelijk slimme slungel die in Amsterdam nooit een vrouw zou hebben gevonden, maar hier in het dorp ineens een derde prijs trof, althans, je moet dan wel genoegen nemen met de merkwaardigste tattoos op de vreemdste plekken op haar lichaam.

Een of ander kronkelig serpent met een gemene kop die over haar bevallige linkerborst lijkt te kruipen en het voorzien schijnt te hebben op haar keel intrigeert me, maar ik durf er niet de hele tijd naar te kijken.

De moeder van de bruidegom komt met haar prosecco naast me staan. Opeens zegt ze zomaar tegen me, naar de bruid wijzend: "We hebben in Amsterdam haar gebit laten doen. Kostte vijfduizend euro. En we laten nu ook maar het gebit van haar moeder doen.... Als dat nog kan."

"En de vader?" vraag ik.

"Wilde niet. Schaamte."

"Dit zal ook wel een lieve duit hebben gekost," zeg ik.

De moeder knikt en zegt: "Het hele dorp is er en half Oud-Zuid. En half Le Bugue waar we ons huisje hebben...Tja... En waarom?"

"Wat bedoel je?"

"Tien jaar geleden lagen we nog in scheiding, weet je niet meer? We besloten bij elkaar te blijven, wat ons huwelijk niet beter heeft gemaakt."

Haar man komt naast ons staan met een grote glimlach. Hij heeft duidelijk het gesprek niet gehoord.

"Achter het huis wordt een varken gerookt! Dat moet je straks proeven." Het is duidelijk dat dat zijn hoogtepunt van de dag moet worden.

"Ik moet er niets van hebben," zegt zijn vrouw.

Ik ga nog een drankje halen en Frans, de bruidegom, komt naast me staan.

"Ik wilde je bedanken voor je toespraak," zegt hij, "en je had gelijk, het was een vlucht uit Amsterdam."

"Ik zag je knikken, terwijl ik het grappig bedoelde."

"Ja... Jij bent een vriend van mijn ouders, maar ik vind het in Nederland overal een hel. Thuis, in Amsterdam, op mijn werk. Italië is zo veel fijner."

Ik knik. Frans loopt naar zijn bruid.

Dan komt zijn vader weer bij me staan.

"Je hebt het aan me gezien, hè?" zegt hij.

"Wat?"

"Dat ik het eigenlijk een ­rotdag vind."

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden