PlusColumn

Ik word een beetje depri van oliebollenkramen

Gijs GroentemanBeeld Linda Stulic

Ik word een beetje depri van oliebollenkramen. Vroeger vond ik ze wel gezellig, maar tegenwoordig kan ik er slecht meer tegen. Allereerst werkt het warme weer ernstig ­tegen.

Toen de eerste kramen verschenen dit jaar, was het nog loeiwarm en liepen mensen rond in korte broek. Enigszins wanhopig stonden ze daar, de oliebollenbakkers, met hun schorten en hun frituurpannen, glazig aangestaard door Amsterdammers op teenslippers.

Het hele oud-Hollandsche ­aspect van de kramen begint me ook een beetje tegen te staan. Als ik in de Efteling ben, werkt het Anton Piecksfeertje nog prima bij mij, maar de kunstig geschilderde krulletters van de oud-Hollandsche oliebollenkraam staan me tegen. Ik vind ze ook zo vloeken met dat ene knalwitte magnetronnetje dat achterin elke oliebollenkraam staat.

Zelf heb ik een paar jaar geleden een pannenkoekencaravan uitgebaat, dat is ook geen vrolijke geschiedenis. Toen mijn vriend Marcel en ik het op een dag volledig gehad hadden met ons werk, besloten we dat het tijd was om het roer radicaal om te gooien.

Het idee: we zouden een pannenkoekencaravan beginnen en daarmee langs braderieën en festivals trekken. Aan het eind van een werkdag zouden we stinkend naar vet huiswaarts keren, de broekzakken bulkend van het cash geld (zwart, uiteraard).

De realiteit bleek anders. Eerst werden we opgelicht door een kramenverkoper uit Noord-Friesland die ons een charmant barrel sleet waarmee je onmogelijk de weg op bleek te kunnen, maar uiteindelijk vonden we een voormalige suikerspinnencaravan, in roze en geel, die met een beetje goede wil tot pannenkoekencaravan om te bouwen was.

De eerste braderie was in Harderwijk. We stonden onder de slagschaduw van een grauwe kerk, tussen een grotematen­modekraam en een bejaard echtpaar dat hamburgers bakte. We verkochten niet één pannenkoek. Het protest van de collega-kraamhouders tegen Star Promotions, het bedrijf dat de braderieplekken verhuurde, speelde zich af voor ons raampje: 'Er is één winnaar, en dat is Star!' werd er geroepen.

Een week later stonden we bij de Velper Donderdagen, in de geboorteplaats van Marcel. Hij had aangekondigd dat we 'over de hoofden zouden kunnen lopen'. Dat bleek reuze mee te vallen. We verkochten weer niet één pannekoek. De vrouw van de speelgoedkraam zei dat Marcel 'geen pannenkoekenuitstraling' had. Marcel en ik kregen onze eerste ruzie.

Op de Pure Markt in Amsterdam hadden we wat aanloop, maar het bleek alsnog verdomd moeilijk om een paar euro in de streetfood te verdienen.

En daar denk ik dus allemaal aan als ik langs een oliebollenkraam loop en de oliebollenbakkers zie. Druk is het er nooit. Ja, op 31 december staat er weleens een rijtje, maar dan hebben ze er al drie maanden verveling op zitten.

Ik hoop maar niet dat Het ­Nederlandse Volk de oliebollenkraam als een onaantastbare traditie ziet, want ik gun het ze dat ze ermee mogen stoppen.

Gijs Groenteman (1974) is schrijver, presentator en journalist. Wekelijks schrijft hij voor Het Parool een column.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden