TinkebellBeeld Artur Krynicki

Ik woon in een dodemensenhuis

PlusTinkebell

Ik zit in quarantaine. Voor 10 dagen en ik ben inmiddels halverwege. Op zich geen ramp, want in tegenstelling tot mensen die zichzelf moeten afzonderen omdat ze ziek zijn, voel ik me, fysiek, prima. En ik heb me kunnen voorbereiden op anderhalve week muurstaren. Bovendien vind ik het terecht dat dit moet. Ik besloot immers zelf naar het vluchtelingenkamp op Lesbos – code oranje – te reizen.

Maar ondanks voorbereidingen in de vorm van vooraf bestelde boodschappen die netjes worden bezorgd en stapels werk dat thuis kan worden gedaan, kom ik er nu achter dat ik toch nog iets belastends over het hoofd had gezien.

Ik woon namelijk in een dodemensenhuis. Vrienden vooral. In het afgelopen half jaar overleden er vier. En mijn oma, mijn lievelingsmens. Eerst ging Erik, van hem staat hier een foto. Toen Harry, en Harry is al ingewikkelder qua inbeslagname van ruimte in mijn huis. Harry was namelijk historicus met als specialisme de Tweede Wereldoorlog en Amsterdam-West. Harry had drie jaar over zijn sterven gedaan. Hierdoor was er tijd om samen met hem een heel archief te maken van zijn verhalen in de vorm van filmpjes en 11 monumenten over en op bijzondere plaatsen in ‘zijn geliefde Bos en Lommer en omstreken’. Zijn levensdoel was het informeren van mensen over de geschiedenis van architectuur, leefomgeving en de Tweede Wereldoorlog. Verder hield hij enorm van kunst, las hij elke dag een boek en was hij een luis in de pels bij de lokale politiek. Daar vonden wij elkaar en daarom hield ik van hem.

Toen hij stierf, erfde ik zijn belangrijkste bezit: 2500 boeken. Midden in de intelligente lockdown werden de 35 bananendozen bij mij afgeleverd. Met zorg heb ik ze uitgezocht. Vijf kasten aangeschaft voor wat ik wilde houden. En de overige boeken netjes gelabeld (dit boek was onderdeel van de bibliotheek van Harry) en verspreid via ruilbibliotheken in de buurt van zijn oude huis. Stadsdeelbestuurder Jeroen van Berkel, Harry’s beste vriend Henk en ik waren nog aan het broeden op een gepast publiek afscheid ná de lockdown.

Maar toen overleed ook Jeroen. En toen overleed de broer van Henk. En toen ging een andere vriend, Scotty, ook nog dood. En tussendoor mijn oma.

Gisteren zou Jeroen 51 zijn geworden. Scotty had net zijn 50ste verjaardag gehaald. In mijn kast een liefdesverklaring van hem aan mij. Die had hij verstopt achter een door hem gemaakte tekening in een lijstje. Ik vond het briefje pas toen het lijstje op een dag kapot van de muur viel. Ik heb er nooit iets van gezegd.

Dit weekend appjes van twee mensen uit Lesbos op mijn telefoon. Een jongen van 14 en een man van 25. Beiden overwegen zelfmoord. Omdat de ellende zo groot is.

Deze quarantaine valt me onverwacht zwaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden