Plus Column

Ik wilde bij Fame werken, maar popster leek me leuker

Thomas Acda Beeld Wolff

De Fame! Ik heb me al die jaren afgevraagd waar ze toch gebleven waren; jonge mensen met verstand van zaken over muziek en film. Het was alsof je in een keer weer in je moeders armen lag, zo alwetend en koesterend als die mensen hun klanten tegemoet traden.

Je kon in het voormalig postkantoor daar op tweehoog een vaag melodietje fluiten en dan zei zo'n meisje: "Klinkt als Jerry Brockenmeister, maar ik check even bij Jeroen...Jeroen...?" En voor je verbaasde oren floot het meisje je halfbakken melodie beter dan jij het had gedaan.

Jeroen begreep haar aarzeling, want het was het enige lied op Monkau '78 dat door Mikel, de broer van Jerry was gecomponeerd. O ja, nu wist het meisje, geboren in 1985, het weer. En terwijl jij meeloopt om de betreffende lp op te halen uit een van de bakken, vertelt ze dat de dochter van Mikel, het nichtje van Jerry dus, ernstig ziek was geworden en dat Jerry, de broer en oom, het lied op de lp had gezet zodat Mikel genoeg rechtengeld had kunnen opstrijken om de torenhoge ziektekosten te kunnen betalen.

"Dat is dan 12,50 gulden. Had u nog meer muziekcollege gewild?"

Ik wilde ook wel bij Fame werken. Maar popster leek me toch nog leuker.
Fame zit nu in de kelder van de Mediamarkt. Verstopt als het niet helemaal gelukte kind van een verder ook tamelijk bleke familie. Ik aarzel de trappen af als was ik een niet heel belangrijk karakter in een slasherfilm. Ik ga eraan, en omdat ik volkomen onbelangrijk ben zal dit snel en waarschijnlijk geestig bedoeld gaan gebeuren.

Twee jongens die staan te kletsen bij de koptelefoons groeten me. "Als we kunnen helpen, graag. Maar kijk eerst maar lekker!" Het welkom is hetzelfde gebleven.

Ik blader door de bak muziek als twee kinderen naast me staan. Ze praten perfect high school American maar zijn zo Hollands als winterpenen.

"O my god, I've heard about this one!" Het arme kind, behept met een middel dat het afschuwelijke monster op haar Iron Maiden-shirt een lachwekkend clownseffect effect geeft, heeft The Blue Lagoon in handen. Het jochie, met een dure rugzak om en het zwarte puntje van een satéstokje door zijn neus: 'O my god' met nog meer nadruk en o's.

Ik grijp alsnog mijn kans personeeltje te spelen. En word afgestraft.
"Leuke film," zeg ik. "Brooke Shields was toen..."

Ze kijken samen één seconde verbijsterd naar me op en schieten dan de trap op richting beschermend witgoed.

Tja, ieder zijn vak.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden