Plus Column

Ik wil vragen of ze weleens bang zijn, daarboven

Femke van der Laan Beeld Agatha Nowicka

Ze hadden een hek gemaakt. Gisteren. Langs de rand van het dak, het hele huizenblok lang. 's Morgens was het er nog niet geweest, toen ik 's middags thuiskwam, was het af. Ik was even blijven staan, op straat, en had naar boven gekeken. Iedereen was al naar huis.

Nu sta ik weer op straat. Ze zijn terug. Ik zie hoofden, nekken, soms een stukje schouder. Daaronder houdt het op. Ik denk aan de man die ooit tegen mij zei dat hij ­tatoeëerder was. "Maar als mensen vragen wat ik doe, dan zeg ik dat ik dakdekker ben. Dat scheelt heel veel vragen."

Ik vroeg me af waarom de man wel aan mij vertelde dat hij tatoeages zette. Waarom ik niet het dakdekkerverhaal kreeg. Verder vroeg ik me niets af. Ik had niet heel veel vragen voor de tatoeëerder. Ik probeerde iets te bedenken, maar er kwamen alleen halve zinnen in me op. Iets met inkt, naalden. Iets met namen. Iets met spijt. Ik begon over iets anders.

Ik kijk naar de dakdekkers boven me. Ze werken in de zon. Zelf sta ik in de schaduw van het huizenblok achter me. Ze zijn met z'n tweeën. Hun hoofden gaan van links naar rechts. Kleine beweginkjes. Ritmisch. Bijna synchroon.

Ik denk aan de vragen die ik zou hebben gehad als de tatoeëerder zich had voorgesteld als dakdekker. Aan de vragen die ik heb voor de mannen hier op het dak. Heel veel vragen. Ik zou willen weten of ze het fijn vinden, zo'n plat dak, of dat ze misschien liever aan schuine ­daken werken.

Ik wil vragen of ze weleens bang zijn, daarboven. Of er dakdekkers zijn met hoogtevrees. De mannen op het dak gaan rechtop zitten. Ook bijna tegelijkertijd. Ik voel de spieren in mijn nek trekken. Ik laat mijn schouders zakken. Een van de mannen kijkt om zich heen. Langzaam.

Van het begin van de straat naar het einde. Ik wil weten of ze het nog zien, de stad onder zich. De mensen beneden. Of het je blik verandert, als je zo hoog boven alles uitklimt elke dag. Of het allemaal wel meevalt, van bovenaf gezien. Of je dingen van verre aan ziet komen. Of je waarschuwt als je weet dat het misgaat. Of dat je alles laat gebeuren en alleen maar rustig knikt: zo gaan de dingen.

De dakdekker kijkt naar beneden. We kijken elkaar aan. Even zit hij helemaal stil. Dan pakt hij met zijn rechterhand het hek vast, zijn linker steekt hij op. Ik zwaai terug, met twee handen tegelijk. De man laat het hek weer los. Hij knikt even. Ik denk aan de tatoeëerder. Dat scheelt heel veel vragen.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees hier al haar columns terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden