Marjolijn de Cocq.Beeld Artur Krynicki

Ik wil viruslezen: over ziekte en dood, maar ook over hoop

PlusMarjolijn de Cocq

Ieder z’n meug in tijden van #ikleesthuis. Eindelijk tijd om de zes Zeven zussen-delen van Lucinda Riley te bingelezen; of de integrale Joona Linna-reeks van Lars Kepler; 1200 pagina’s Ik Jan Cremer 1, 2 & 3; de drie nieuwe Ischa-boeken voor de volledige Ischa-beleving; alle Estse romans van Jaan Kross.

Ontsnappingsmogelijkheden te over uit onze nieuwe coronamaatschappij. Toch merk ik bij mezelf dat dat virus niet alleen misschien letterlijk in mijn lijf zit nu ik vanuit mijn slaapkamer in thuisquarantaine werk; het is ook onder mijn huid gekropen.

Ik wil viruslezen, ons verwarrende heden afzetten tegen andere pandemieën. Ziekte, dood, isolement, onzekerheid – en hoop, toch ook hoop?

Ik trek mijn vergeelde La peste van Camus uit de kast. Met ex libris, in 1985 van de ouders van mijn toenmalige Apeldoornse vriendje gekregen. De Toverberg van Thomas Mann heb ik ook, in 1991 het verjaardagscadeau van mijn oma.

Ik bestel De decamerone, volgens The New Statesman moeten we nu lering trekken uit de verhalen van Boccaccio over tijden van zwarte pest. Ik laad The Complete Stories van Edgar Allen Poe op mijn e-reader voor Het masker van de rode dood. De twee Nederlandse Quarantaine’s, van Erik Betten en Wytske Versteeg.

Maar ik begin met het herlezen van De stad der blinden van de Portugese Nobelprijswinnaar José Saramago, dat ik blijkens de opdracht in 2000 kreeg van een vriendin. Daarin worden mensen die met elkaar in contact zijn geweest van het ene op het andere moment blind – ze zien louter nog wit. De eerste blinden worden geïsoleerd in een leegstaand gesticht.

‘De regering betreurt het dat zij gedwongen is om energiek uit te voeren wat zij met haar recht en plicht beschouwt, met alle middelen die haar ter beschikking staan de bevolking te beschermen tegen wat zich laat aanzien als een blindheids­epidemie, provisorisch aangeduid als witte ziekte, en zij hoopt te kunnen rekenen op burgerzin en de medewerking van alle inwoners om het besmettingsgevaar in te dammen.’

Ha, burgerzin! Het is als Mark Rutte die de Nuchtere Nederlanders oproept niet te hamsteren.

Al snel bevechten de blinden elkaar op leven en dood, ‘hier, waar het devies had moeten luiden een voor allen en allen voor een’. En zij weten niet wat zich ondertussen buiten voltrekt.

Het bewijs dat de toestand in rap tempo verslechtert, schrijft Saramago, levert de regering zelf ‘door binnen een week tweemaal van strategie te veranderen.’ Als hopeloos opvangtekort dreigt, lanceren ‘enkele invloedrijke kabinetsleden het voorstel om gezinnen te verplichten hun blinden zelf thuis te verzorgen en binnen te houden’.

Komt te dichtbij. Misschien toch maar even iets luchtigers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden