James Worthy.Beeld Agata Nowicka

‘Ik wil pepernoten,’ zegt mijn door koorts gevelde zoon

PlusJames Worthy

Mijn zoon ligt ziek op de bank. De koorts heeft zijn lichaam gekraakt.

“Waar heb je zin in?” vraag ik. Ik plaats mijn rechterhand net boven zijn wenkbrauwen en voel de warmte. Een voorhoofd als een saunabankje.

“Ik heb zin in pepernoten.”

“Maar je moet gezond eten, Jimbo. Anders word je niet beter.” Ik zeg het en moet mijn best doen om mezelf niet uit te lachen. Als je ziek bent, heb je niets aan gezond eten. Alles draait om afleiding. Ik moet hem laten vergeten dat hij ziek is. Ik moet de koorts laten vergeten dat het koorts is.

Op mijn telefoon zoek ik naar een restaurant dat pepernoten verkoopt en bezorgt. Mijn hart maakt een sprongetje als ik zie dat D’Juice House ambachtelijke pepernoten verkoopt.

“De pepernoten komen eraan,” schreeuw ik triomfantelijk.

Ik kijk op mijn telefoon naar hoe een klein fietsje van de Heiligeweg naar ons huist toe zweeft. Er staat een foto van de bezorger in mijn scherm. Een jongen met glad haar en hobbelige ogen. Ik hoop dat hij weet dat hij een held is.

De bel gaat. In onze deuropening haalt de bezorg­engel drie zakken pepernoten uit een tas die zo groot is dat hij Jupiter erin zou kunnen vervoeren.

“Je bent een held, man.”

“Ik doe gewoon mijn werk.”

“Nee, je doet veel meer dan dat. Je hebt zojuist een halve kilo ambachtelijke pepernoten naar een ziek kind gebracht. Op de fiets. En het regent. Je bent een engel met doorweekte vleugels.”

Mijn zoon is in slaap gevallen. Ik plaats de pepernoten op de armleuning en ga naast hem liggen. Ik fluister dingen in zijn oren. Iets over dat hij mijn beste vriend is en ik alles voor hem zou doen. Ik zou een bank voor hem beroven. Ik zou een moord voor hem plegen. Ik las laatst een artikel waarin stond dat de ouders van nu meer vrienden dan ouders voor hun kinderen zijn. De schrijver in kwestie vond dit een slechte zaak. Hoe kan een jongetje van zes de beste vriend van een man van negenendertig zijn?

Twee uur later doet hij zijn ogen open. Hij ziet de pepernoten staan. “Zijn dat mijn pepernoten, papa?” vraagt hij. Zijn adem ruikt naar vissenkom.

“Ja, dat zijn jouw pepernoten.”

Ik kijk naar zijn haar. Zijn koortskrullen. En vraag hoe hij zich voelt.

“Ietsje beter.”

“Maar nog niet goed?”

“Nee.”

“Je bent nog een paar ietsjes van goed verwijderd?”

“Nog een paar ietsjes, ja. Zeven of zo, denk ik.”

Samen eten we ambachtelijke pepernoten, terwijl we naar een tekenfilm over drie wangzakeekhoorns kijken. Met zijn klamme vingers draait hij rondjes op de bovenkant van mijn hand. Af en toe kijkt hij naar de aders.

“Ben ik echt je beste vriend?” vraagt hij.

“Kleine stinkerd, ik zou een bank voor je beroven.”

“Maar dat hoeft niet, we hebben nog pepernoten genoeg.”

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden