James Worthy. Beeld Agata Nowicka

Ik wil nog niet dood, maar plots is daar een knobbeltje

Plus James Worthy

Een paar dagen geleden voelde ik een knobbeltje op een plek waar mannen geen knobbeltje willen voelen. Knobbeltje. Het klinkt zo onschuldig, maar veel eindes begonnen ooit met een knobbeltje. Een kleine verharding onder de huid, die je tussen je duim en wijsvinger vast kunt klemmen. Een druivenpitje. Een onderhuidse kruimel. Een tikkende tijdbom die niet groter is dan het zilveren oorknopje in het oor van een baby.

Vandaag sta ik in de badkamer met een schaar. Ik heb om 09.50 uur een afspraak bij de dokter. Voorzichtig maak ik van het oerwoud rondom mijn kroonjuwelen een bescheiden struik. Na de knipbeurt staar ik naar de huidproducten van mijn vrouw die in een lange rij op de wasbak staan. Ik lees de etiketten, totdat ik een scrotumwaardig smeerseltje tegenkom. Ik pak een flesje plantaardige olie van Yves Rocher uit de rij en schenk de halve inhoud over mijn knobbelige mannelijkheid heen. In een dikke mist van oranjebloesem en lavendel trek ik mijn onderbroek en broek omhoog. Als finishing touch spuit ik twee spuitjes parfum op scrotumhoogte en loop naar de kapstok.

Het is vijf minuten lopen naar de dokter, maar ik doe er twintig minuten over. Vloekend en biddend ijsbeer ik over de Singel. De toeristen die naar de mooiste stad van de wereld zijn gekomen om naar wassen beelden te kijken en om stroopwafels te eten, kijken naar me alsof ik gek ben.

Voor de deur van de dokter haal ik nog een paar keer diep adem. Ik haal zo diep adem dat ik overmorgen kan ruiken. In de wachtkamer kijk ik naar foto’s van mijn vrouw en kind. Ik wil nog niet dood, maar als ik het wel ga, heb ik in ieder geval de sterren van de hemel geleefd.

Mijn dokter trekt de deur van zijn kamer open, blijft in de opening staan en zegt mijn naam. Meneer Pugh. Dat ben ik.

Hij vraagt wat er scheelt en ik kijk hem recht aan. Ik vertel mijn verhaal en twee minuten later sta ik met een ontbloot onderlijf voor hem. Dit is dus hoe Donald Duck zich elke dag voelt.

Mijn benen trillen. De dokter onderzoekt mijn testikels zoals de eigenaren van pandjeshuizen binnen­gebrachte diamanten onder de loep nemen. Eerst het knobbeltje. Dan de linkerbal. Hij eindigt met de rechterbal. De grootste bal.

Ik wil nog niet dood. Ik kijk naar mijn onderbroek. Het is mijn duurste onderbroek. Die heb ik speciaal voor de dokter aangetrokken. Het is dezelfde onderbroek die ik aantrek als mijn vrouw en ik een weekendje zonder kind naar Antwerpen gaan.

“Dit heb ik nog nooit meegemaakt,” zegt de dokter.

“Wat?” vraag ik, terwijl ik in mijn hoofd naar de acht nummers zoek die ik op mijn begrafenis wil horen. Nee, die ik hoop te kunnen horen.

“Ik doe dit werk al twintig jaar, maar dit is de eerste balzak die ik tegenkom die naar een bloementuin ruikt.”

“En de binnenkant?”

“Vals alarm. Dit knobbeltje gaat vanzelf weer weg.”

Ik geef de dokter een hand, trek mijn broek omhoog en loop naar buiten. Met tranen in mijn ogen bel ik mijn vrouw, maar ik kom niet uit mijn woorden.

Ik haal een paar keer diep adem.

Ik haal zo diep adem dat ik de diploma-uitreiking van onze zoon kan ruiken.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden