Plus Column

Ik wil nog even op de koele grond blijven liggen

Yasmina Aboutaleb Beeld Agata Nowicka

Ik lig met mijn gezicht op het natte asfalt. Net fietste ik nog over de Berlagebrug, kop in de wind, kijkend naar de badderende eenden, de kringen in het water.

Mijn vaste maandagochtendroute, op weg naar de fysiotherapeut. De verschrikkelijke tegenzin die ik aan het begin van de fietstocht meetors, glijdt steevast op de brug van me af - de Amstel in.

Des te harder komt de klap aan, meteen na de brug, op het kruispunt met de Amsteldijk. Mijn fiets ligt boven op me, ik voel een ellendige pijn in mijn schouder en knie. Vanuit de verte roept iemand naar me, maar het enige wat ik denk is: als ik maar niet hoef op te staan. Ik wil nog even op de koele grond blijven liggen.

"Mademoiselle, ça va?" Een jongeman met een baardje.

"Oui," zeg ik vanaf de grond. Niet helemaal geloofwaardig, aangezien ik als een soort salamander aan het asfalt kleef. Ik probeer me op te richten, maar mijn gezicht wil nog geen afscheid nemen van de grond.

De man haalt mijn fiets van me af. Dat helpt, ik krabbel langzaam overeind. Naast ons de glanzende, grijze auto die net nog besloot een sprintje te trekken en op mij in te rijden, precies op het moment dat alle verkeerslichten op rood sprongen en die van de fietsers op groen.

Mijn lijf trilt. Zo loom als ik net op de grond lag, zo hard klopt mijn hart nu. Ik begin in het Frans een discussie met de jongen. Iets over dat hij door rood reed en dat dat niet normaal is. En dat ik wel dood had kunnen zijn. Als hij ontkent, begin ik nog meer te trillen.

Een grote man in een uniform van Connexxion komt naast me staan. Hij legt zijn hand op mijn arm. In de andere houdt hij mijn fiets vast.
"Je hebt gelijk," zegt hij, "Hij reed door rood."

Ik knik, bedwing mijn tranen.

"Als hij jou niet had geraakt, had hij mijn bus geraakt. Ik stopte net op tijd ..."

"Ça va?" vraagt de automobilist opnieuw.

"Ze is geschrokken," zegt de Connexxionman in het Marokkaans tegen hem.

"Wat is er gebeurd?" klinkt het achter me.

"De puber is aangereden," antwoordt iemand.

Als de mannen met hun timmermansoog hebben geconstateerd dat mijn fiets het nog doet en ik alleen een paar schrammetjes heb, rijden ze weer weg. Ik blijf alleen op het kruispunt achter. Een man in een oranje overall komt naar me toe.

"Waar kom jij ineens vandaan?" vraag ik.

"Turkije" zegt hij.

Yasmina Aboutaleb (1986) rapporteert op dinsdag en donderdag voor Het Parool vanuit de stad. Lees al haar columns terug in het archief. Reageren? yasmina@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden