Femke van der Laan. Beeld Artur Krynicki
Femke van der Laan.Beeld Artur Krynicki

Ik wil kijken hoe er in de kruipruimte een man drijft op een meer van piepschuim

PlusFemke van der Laan

We lopen maar weer in het park, een vriend en ik. Zo had hij het geschreven: zullen we dan maar weer in het park. Maar weer. Ik had getikt dat dat goed was. Eerst was ik mijn antwoord begonnen met een we-kunnen-anders-ook, maar na die woorden bleef mijn duim hangen boven het toetsenbordje op mijn scherm. Ik wist geen anders-ook. Ik haalde het weer weg. “Is goed.”

Hij heeft er geen zin meer in, zegt ie. Nu echt niet meer. Ik dacht al zoiets. Hij praat drie rondjes lang over rek, die eruit is, over wat er weer open moet, wanneer, en met z’n hoevelen we daar dan heen mogen en ik luister wel, maar tegelijkertijd denk ik aan hoe ik net het huis uitliep. Er stonden plastic zakken voor de deur. Grote plastic zakken. Zakken waar ik met gemak vier keer in zou passen. Vijf keer zou ook wel lukken. Ze waren gevuld met piepschuim. Van een afstandje zag het eruit alsof alle aprilhagel van de afgelopen dagen erin verzameld was.

Ik herinnerde me een briefje, in de bus, een paar weken terug. Het ging over isolatie. En blijkbaar over vandaag.

Het moest de kruipruimte in, legde een van de mannen van het piepschuim me uit toen ik eventjes was blijven staan om te kijken. Hij zou het erin spuiten, erin blazen eigenlijk, en beneden, onder de grond, zou de andere man van het piepschuim liggend de boel verdelen. Ze vonden het telkens weer een prachtige klus.

Halverwege het vierde rondje vertel ik de vriend over mijn oom. Hoe hij kort na de val van de Muur richting Oostblok ging. Op vakantie. Na terugkomst vertelde hij dat de andere kant van Europa hem aan vroeger deed denken, aan toen hij jong was, aan de jaren vijftig, aan hoe je toen niets had en het daar dus maar mee deed. Een beetje zwemmen. Een spelletje. Lezen. Vroeg naar bed. Hij zei dat zijn vakantie als een tijdreis had gevoeld. Ik zag hem in mijn hoofd op zijn rug drijven in een meertje, tevreden met weinig, met niets.

Ik wil nog zeggen dat ik toen het woord verstillen leerde, na de val van de Muur, maar naast me hoor ik: “Dit is geen tijdreis.”

Opeens wil ik terug naar huis. Om te kijken hoe er in de kruipruimte een man drijft op een meer van piepschuim, tevreden met weinig, met niets, en ik stel me voor dat als we vanavond springen, met z’n vieren, het hele huis een beetje meeveert.

“Nog eventjes,” zeg ik als we beginnen aan rondje vijf. Over het piepschuim zeg ik niets.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden