Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Ik wil geen NSB’er zijn, maar ik heb je helaas wel moeten aangeven

PlusTheodor Holman

“Het spijt me, ik wil geen NSB’er zijn, ik vind trouwens dat dat woord veel te makkelijk in de mond wordt genomen – nota bene door jullie van rechts –, maar ik heb je helaas wel moeten aangeven bij het Media Meldpunt Racisme & Discriminatie voor journalisten en mediamakers.”

“Maar wat heb ik dan gedaan, Theodor?”

“Dit bedoel ik. Dit is precies wat ik bedoel. Je illustreert exact wat er in deze tijd aan de hand en mis is. Sorry, educate yourself, zou ik zeggen.”

“Maar wat heb ik nou fout gedaan?”

“Wij zijn collega’s toch? En opeens vind jij het nodig om in het café te vragen: ‘Wil je ook wat pinda’s?’ En toen ik, totaal overbluft en geschokt, knikte, zei je: ‘Wat zie je er trouwens goed uit, heb je lekker in de zon gelegen?’”

“Dat klopt, dat heb ik inderdaad gezegd…”

“Precies. Pinda’s zeggen we al heel lang niet meer. Dat zijn aardnoten. Ook al ongemakkelijk, maar goed. Dat is één. Maar daarna zei je dat ik er goed uitzag. Dat was zeer bedreigend. Je weet dat ik getrouwd ben met een tot vrouw gemaakte. En ik weet dat seksualiteit een keuze is, maar als je dit zegt, waar verder niemand bij is, dan wordt onze relatie van man tot man toch wel benauwend. En drie – dat vond ik het ergste – dat je je afvroeg of ik lekker in de zon had gelegen. Die zin bevat de vooronderstelling dat ik lui zou zijn, als pinda, zoals jij zegt en dat ik niet werk, in tegenstelling tot jij, de superieure witman. Ik heb je dus wel moeten aangeven bij ons meldpunt. Ik heb dit puur uit collegiale overwegingen gedaan.”

“Nu je het zo zegt… Ik begin net woke te worden, geloof ik. Wat heb ik op jou neer­gekeken, Theodor. Afschuwelijk. Ik besef het opeens.”

“Er kan wat aan gedaan worden…”

“Ik kom nu tot het besef dat ik je inderdaad in wezen altijd een vervelende bruine drol heb gevonden, een ruggengraatloze angsthaas met een verraderlijke mentaliteit die vermoedelijk te maken heeft met je kleur.”

“Onbewust heb je me inderdaad nooit serieus genomen. Daarom heb ik je ook aan­gegeven.”

“Heel fijn, Theodor. Ik ben er trots op dat jij me hebt aangegeven, want anders was ik je altijd maar een ongelooflijke klootzak blijven vinden, een giftige slijmdraad, een weerzinwekkende droplul. Dank!”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden