Nico Dijkshoorn. Beeld Artur Krynicki
Nico Dijkshoorn.Beeld Artur Krynicki

Ik wil dus heel graag groots en meeslepend leven

PlusNico Dijkshoorn

Ik wist het natuurlijk al, dat je zomaar dood neer kunt vallen, maar sinds mijn schoonmoeder Wil opeens midden in een zin begon te wankelen, op straat viel en overleed, doe ik een laffe poging om ‘eruit te halen wat erin zit’.

Dat is lastig. Ik weet namelijk niet zo goed wat er nog allemaal in zit. Mijn hoogtijdagen, als die al ooit hebben bestaan, zitten er wel een beetje op. De tekening boven deze column helpt ook niet erg.

Ik blijk er als pentekening beter uit te zien dan live midden in een zwembad. Op de tekening lijk ik een beetje op een tevreden man die motor rijdt. Ogen een beetje dicht tegen de vliegjes. Aan mijn haar te zien heb ik net mijn helm af­gedaan.

Mijn baard is ook beter dan in het echt. ‘Ja, klopt, leuk dat u dat vraagt. In de verte ben ik familie van Hemingway.’ Maar het is vooral dat kraagje. Ik herinner mij helemaal niet dat ik zo een kraagje heb. Ik heb gisteren al mijn jasjes aangedaan, maar echt, niks. Ik vind dat heel jammer. Ik zou dolgraag als deze pentekening door de stad lopen.

Voorlopig heeft deze tekening een fnuikend effect op mijn dagelijks leven. Ze boeken mij om voor te komen lezen in een buurtcentrum, ze staan voor de deur om mijn genadeloze aankomst op een Harley Davidson live mee te maken, en dan kom ik aanlopen, met het verkeerde jasje en het uiterlijk van een bier brouwende monnik.

Je kunt nu niet direct zeggen dat met mij de rock-’n-roll weer terug is in Het Parool. Zet een foto van mij op het deksel van een doos camembert, doe een bruin kleed om mijn nek en iedereen gelooft dat ik een Franse boer ben die aan natte kaas staat te voelen.

Ik wil dus heel graag groots en meeslepend leven en de dood tarten, maar die pentekening zit me in de weg. Het lijkt een beetje op wat Bekende Nederlanders meemaken als ze in het programma Sterren op het doek naar hun eigen hoofd kijken.

Je weet wat ze denken: dit ben ik niet. Zo kijk ik niet. Ze hebben me geschilderd als iemand die door de polder zwerft en zijn eigen huis niet meer kan vinden. Toch zeggen ze: “Ontzettend goed getroffen, die wenkbrauw.”

Bij mij gebeurt nu net zoiets. Ik kom het podium op, begin voor te lezen en ik hoor ze denken: in kleur en met benen valt hij enorm tegen.

Nico Dijkshoorn schrijft twee keer per week een column voor Het Parool, en spreekt zijn bijdragen ook in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden