James Worthy Beeld Agata Nowicka

Ik wil altijd heel graag dingen redden, maar ik wil geen held zijn

Plus James Worthy

Gisteren liep ik op mijn blote voeten over het strand. Het was nog vroeg. Mijn kapsel was nog niet wakker. Ik wilde van de hoge flat naar het vierkante huis lopen, want van lopen word ik rustig. Als mijn voeten al het werk doen en mijn hoofd een snipperdag kan nemen.

Opeens begon het hard te regenen. Druppels zo groot als hoestsnoepjes. Het regende zo hard dat de zee even kon uitrusten. Als het regent, kan het strand op vakantie. Maar ik liep door.

Mijn baard werd steeds zwaarder door de regen. Ik zag nergens mensen. Wel meeuwen. Het strand was van mij. En van de meeuwen. De ochtend was zo dunbevolkt dat de wereld van mij leek.

Ik liep langs het surfschooltje en zag een bord op de deur hangen. Dicht vanwege het onweer. En een paar tellen later sloeg de bliksem in het zand. Mijn leven flitste aan me voorbij. Pornografie, letters, wat voetbalvaantjes en een paar gezichten.

Ik was niet boos op de bliksem. Hij deed gewoon zijn werk. Ik was de enige persoon op het strand. Ik was zijn enige doelwit.

Vandaag sta ik weer op het strand. De zon schijnt. De golven spelen tikkertje met mijn hielen. Ik ben de enige in het water. Op de surfschool hangt een bord. Dicht vanwege de kwallen.

Twee Duitse mannen graven een groot gat in het zand en gooien alle aangespoelde kwallen in het gat. Ze smijten met die arme beesten.

Met een badmintonracket schep ik de kwallen uit hun massagraf en gooi ze terug de zee in. Eén van de Duitsers loopt woedend op me af. Hij wil met me op de vuist gaan. Maar dan stopt hij. Hij legt zijn schep neer en loopt in de richting van zijn handdoek. Misschien voelde hij dat ik de grenzen van welvoeglijkheid met alle liefde voor hem zou overschrijden. Of misschien zag hij de bliksem in mijn ogen.

Geknakt zit hij op een badlaken waar iemand alle zachtheid uit heeft gewassen. En ik kijk naar de kwallen die ik heb gered. Ze zwaaien bedankjes met hun tentakels en proberen weg te onderwaterzweven, maar de stroming is te sterk.

Een kwartier later liggen ze allemaal weer in het zand te sterven. Deze kwallen willen dood. Ik pak ze op met mijn badmintonracket en leg ze respectvol neer in hun massagraf. Als ik klaar ben, en er geen kwal meer op het strand ligt, ga ik bij ze liggen. Bij die stervende kwallen.

We kijken samen naar de lucht en wachten op over. En als over er is, steken we samen over.

Mijn vrouw komt naast het gat staan en zegt dat ze bij dat ene strandtentje wil gaan lunchen. Die ene waar de muziek altijd te hard staat. Ik klim uit het gat en denk aan de clubsandwich die ik ga bestellen. Een geharpoeneerde boterham met wat chips ernaast.

“Ik wil altijd heel graag dingen redden, maar ik wil geen held zijn,” mompel ik tegen mijn vrouw.

Ze verstaat me niet en zegt dat ik wat harder moet lopen.

“Als de bliksem?” vraag ik.

Ze knikt, pakt mijn hand stevig vast en knijpt erin alsof ze er nog wat tandpasta uit probeert te krijgen.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden