Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Ik weet zeker dat ze mij een eigenwijze, onbegrijpelijke denker vonden

PlusTheodor Holman

De vader van B. was NSB’er. Die heb ik nog gekend toen ik moeizaam een verhouding met B. probeerde aan te knopen.

Het was ergens in de jaren zeventig op een moment dat ik dacht de wereld te kunnen veranderen door me te kleden als Che Guevara.

Nadat B. en ik met elkaar een nacht hadden doorgebracht met drank, joints, singletjes van de Stones en wat onhandig ritmisch getril met onze vingers, zei ze: “Ik vind je wel leuk, maar ik ben eigenlijk verliefd op iemand anders.”

Ik geloof dat ik dat toen ook was – of weer werd.

’s Ochtends ontbeet ik met haar vader, die kettingroker was, constant rook over mijn boterhammen blies en voor elke zin die hij uitsprak rochelde en het opgehoeste slijm met zijn koffie wegspoelde.

“Ben je communist?” vroeg hij opeens. Ik ontkende laf. Toen zei hij iets wat ik nooit ben vergeten: “Als je gelukkig bent door het verkeerde te denken, waarom zou je dan iets anders denken?”

Een autobiografische verantwoording in één zin.

Sommige vrienden en kennissen hadden naar mijn smaak vreemde (‘verkeerde’) opvattingen en bleven daarin ronddolen. Maar waarom zouden ze iets anders denken? Ze zwoegden zich met voor- en tegenspoed door het leven en er was geen noodzaak er andere opvattingen op na te houden. Enkelen bestudeerden Boeddha, weer anderen volgden de Baghwan of waren politiek naïef en ik weet zeker dat ze mij een eigenwijze, onbegrijpelijke denker vonden en vinden.

B. ontmoette ik onlangs in de Kloosterkerk te Den Haag. Ze was nogal in de Heer en ik kreeg de gedachte niet uit mijn hoofd dat zij misschien hetzelfde fanatisme bezat als haar vader. We spraken een half uur met elkaar waarin ze wel tien keer zei dat ze voor me zou bidden. Naast haar stond haar man. Zou het die man zijn geweest op wie ze toen al verliefd was? Ernaar vragen leek me gênant. Hij zag eruit alsof hij nog nooit iets van de Stones had gehoord, alleen maar gebakken bijbels in een saus van wierook at en zonder piemel was geboren. Ik vertelde haar op grappige wijze hoe ik me haar vader herinnerde.

“Ik schaam me voor hem,” zei ze, “hij bleef een nazi.”

“Ben jij nu gelukkig?” vroeg ik.

Ze knikte.

“Als Hij in je hart zit…”

“… zingt je hart,” zei haar man.

Mijn hart huilde.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden