Maarten MollBeeld Sjoukje Bierma

Ik was virtueel in de werkkamer van Harry Mulisch

PlusMaarten Moll

Ik was in de werkkamer van Harry Mulisch.

Mulisch die op 30 oktober alweer tien jaar dood was.

Als ik in de buurt van de Leidsekade ben, zoals eerder deze week, kijk ik altijd even naar het huis waar hij woonde, op nummer 103. Een eerbetoon aan de man die de mooiste en beste Nederlandse roman schreef. Daar componeerde hij De ontdekking van de hemel.

Ik was niet in het echt in die werkkamer, maar virtueel, zoals dat heet. Op de site Literatuurmuseum.nl kun je door zijn kamer dwalen. Had ik zin in nadat ik weer thuis was gekomen. Even Mulischen, me even in dat universum onderdompelen.

Ik zag een elektrische puntenslijper, zijn bril, en zijn laatste aantekenblaadje, met de zin: ‘Hier. Hier is de dood!’ (Te mooi om waar te zijn, maar dit gaan we niet checken.)

Daarna, hongerig geworden, trok ik mijn exemplaar van De ontdekking van de hemel – eerste druk oktober 1992 – uit de kast. Met een verkleurde rug en rafelig geel leeslint.

75 gulden kostte het boek destijds. Mijn oudste broer en ik hadden het over het te verschijnen boek gehad. Tamelijk verhit. We waren ontzettend benieuwd naar deze roman waarin Mulisch al zijn denken had vervat. Tot we ontdekten wat dat meesterwerk moest kosten. Dat gingen we toch niet voor een boek betalen?

Op de dag van verschijning stond ik in de dichtstbijzijnde boekhandel, de AKO op de Rozengracht, met het boek in mijn handen. Hevig twijfelend. Toen ik naast me keek, stond mijn broer daar, ook met De ontdekking van de hemel in zijn handen.

In café Kalkhoven bladerden we beiden voorzichtig door ons eigen boek. We lazen elkaar zinnen voor. Voorpret van de bovenste plank en het zuiverste water. Na de koffie gingen we snel naar huis. Lezen.

Ik kan me geen roman heugen die me zo heeft opgeslokt. Ik woonde een paar dagen in dat ruim 900 bladzijden dikke boek. Het ging zelfs zover dat ik na de voetbaltraining het bier drinken oversloeg en ’m direct smeerde. Wat ik dacht te gaan doen, vroeg de doelman.

“Ik ga naar huis, want ik wil mijn boek uitlezen.”

Nooit eerder in de geschiedenis van de mensheid kreeg een enkeling een horde barbaren zo stil.

Mijn exemplaar is ook een geschonden exemplaar, want wat bobbelig aan de onderzijde.

Ik zat ermee in bad. Rozig van het hete water, en vermoeid van de training moet ik toch zijn weggedommeld. Met dat zware boek in mijn handen.

Ik schoot weer wakker – daar moet de schrijver een hand in hebben gehad – en wist het boek nog net voor zinken te behoeden en met een zwiep op het droge te krijgen.

Alleen de voetjes van Mulisch waren nat geworden.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden