PlusColumn

Ik was niet in Egypte om aan mijn boek te werken, ik had andere plannen

Massih HutakBeeld Robin de Puy

Ondanks dat Gastheer S. mij een uur later ophaalde van het vliegveld dan afgesproken, waren we voor het donker in Dahab. De weg erheen vanuit Sharm El Sheikh, die een uur bestrijkt, ging dwars door de bergen. Ik zag de meest ontroerende bergpartijen van mijn leven. Waarom bergen mij ontroeren, weet ik niet.

Er was weinig verkeer. Slechts één jeep reden we voorbij, met naaldbomen achterin, verder niks. Halverwege maakten we een korte stop. Het was gevaarlijk om stil te staan in de Sinaïwoestijn, vertelde mijn gastheer. Hij sprak met een zachte g en vroeg hoe mijn Arabisch was. Slecht, zei ik. De zon ging onder. Ik zag mezelf al zitten aan het zwembad, schrijven aan mijn nieuwe boek.

Maar er waren andere plannen. We zouden gaan snorkelen, duiken, de Mozes-berg bezoeken en varen naar Petra. Vanaf het balkon van mijn hotelkamer wees hij over de zee Jordanië aan. Hij vroeg of ik het niet gek vond dat ik zo makkelijk met een veer naar een ander land kon varen. Ik zei dat ik niet anders gewend was op de pont naar Noord.

De volgende ochtend vroeg ik aan de ontbijttafel of er wifi was in het hotel. Gastheer S. vertelde dat ik mijn laptop nog even in mijn koffer moest houden en bood me koffie aan. Ik drink geen koffie en vroeg thee.

We waren hier om elkaar beter te leren kennen maar dat schoven we, net als de verbrande toasts, voor ons uit. Ik at mijn omelet met worstjes en hij zijn fruit. Daarna legde hij zijn portemonnee open op tafel en vroeg of ik herkende wat erin zat. Het was een briefje van vijfentwintig gulden.

Gastheer S. is geboren en getogen in Limburg maar later geëmigreerd naar Egypte, het land van zijn moeder. Die dingen zijn veel waard inmiddels, zei ik. Hij zei dat ik het mocht houden als ik raadde welke vogel op het watermerk zat. Een roodborstje, zei ik.

Hij hield het biljet hoog tegen de zon. Het was inderdaad een roodborstje. Hij stopte het terug in zijn portemonnee. Ik kreeg een van zijn duikbrillen voor tijdens het snorkelen.

Onderweg naar de zee kreeg ik de vraag of Nederland de afgelopen tien jaar racistischer is geworden. Ik zei ja. Hij lachte. Het moment was nog niet daar. Hij wist dat ik hier was om aan mijn boek te werken. Maar wat ik niet had verteld, was dat ik hier eigenlijk heen was gekomen om de hand van zijn dochter te vragen. Wordt vervolgd.

Rapper en schrijver Massih Hutak (25) schrijft elk weekend een column voor Het Parool. Reageren? m.hutak@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden