Roos Schlikker. Beeld Lin Woldendorp
Roos Schlikker.Beeld Lin Woldendorp

Ik was naïef over onze naïviteit

PlusRoos Schlikker

Eerlijk gezegd werd ik er lacherig van, de verhalen over het pr-beleid van de Chinese overheid. De wereld zou bedolven raken onder rode reclame zodat wij nimmer zouden schrijven over vervelende kwestietjes als de Oeigoeren, persvrijheid of Hongkong.

Dankjedekoekoek. Nederlanders laten zich toch niet voor een totalitair karretje spannen? Dit soort landen kregen geen poot aan de grond met hun propagandaperspraat. We zijn niet naïef.

Maar opeens dacht ik aan Chung. In 2004 maakte ik met een fotograaf een reportage over straatkinderen in Vietnam. Ik kreeg een begeleidster van de overheid toegewezen. Deze schaduw volgde me overal. Zelfs als ik wilde plassen, ging zij plotseling ook. Uit eikeligheid kon ik het niet laten haar te testen. Soms stond ik snel op, zij schoot overeind waarna ik kalm weer neerzeeg. Even was dat lollig, maar intussen hield ze me zorgvuldig weg bij alles wat lelijk was. Straatkinderen? Die waren er amper. De Partij zorgde goed voor haar burgers, snoefde ze. Natuurlijk wist ik dat dit niet waar was, maar hoe omzeil je je schaduw?

De fotograaf, door de wol geverfder dan ik destijds, bromde ’s avonds boven een biertje: “Schaduw houdt zich aan de werktijden van de overheid, dus voor half negen doet ze niets. Kom op, morgenvroeg gaan we op pad.”

De volgende ochtend reden we naar de Red River. Binnen drie minuten zagen we ze. Tientallen meters boven het water lagen talloze kinderen, opgerold als diertjes, op eng smalle brugzuilen, dicht tegen elkaar aan. Sommigen sliepen zo diep dat ze niet werden gewekt als de trein op het spoor boven hun hoofdjes denderde.

Chung was wakker. Grootogig staarde hij naar mijn notitieblok. Hoelang woonde hij al op deze paal van beton? “Jaren.” Zijn antwoorden waren kort en gelaten. Ik vroeg hem naar zijn toekomst. Ach, hij was hier geboren en zou boven de rivier vast ook sterven. Hij had geen huis, geen werk, geen vriendinnetje. “I’m too poor to have a girlfriend,” klonk het, terwijl hij zijn ­knokige schouders ophaalde. Hij lachte erbij. Maar ik wist dat hij het meende.

Die middag troonde mijn schaduw me mee naar een museum. Ik vroeg nogmaals naar straatkinderen. “Die zijn er niet,” stelde ze duidelijk. “Niemand slaapt hier buiten.”

Het is zeventien jaar later. Hoe zou het met Chung zijn? Online lees ik dat het aantal straatkinderen in Hanoi van duizenden is gedaald naar honderddertig. Prachtig. Maar is het waar?

Laatst mocht de nieuwe ambassadeur van China in het AD leeglopen over de ­stabiliteit en eenheid van zijn land en het feit dat het bij de communistische partij volledig draait om de belangen van het volk.

Stabiliteit. Eenheid. Het stond er echt. We zijn toch niet naïef, had ik eerder gemeend. Ik dacht aan Chung, aan Vietnam, aan China, aan schaduwen, aan ­verboden kranten, aan mensenrechtenschendingen. Aan alle verhalen die bij ons worden weggehouden. En ik realiseerde me: ik was naïef over onze eigen naïviteit. Juist nu moeten we onze ogen openhouden. Voor Chung. En andere verschoppelingen. Anders blijven ze voorgoed onzichtbaar.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden