Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki

Ik was een puberaal crimineeltje. Mijn vader was jurist

Plus Theodor Holman

Nooit ga ik op verzoeken in. Maar afgelopen week kreeg ik veel aanvragen om alsjeblieft iets te schrijven over onze burgemeester en haar man. Ik wil er alleen dit over kwijt.

Lang, lang geleden was uw columnist een puberaal crimineeltje. Hij stal grammofoonplaten bij de firma Richter in de P.C. Hooftstraat. Hij deed dat op bestelling.

Ik werd ontdekt en de politie kwam mij halen en ik moest mee naar het bureau Leidseplein. Omdat het heel warm was, mocht ik buiten op een bankje wachten op de dingen die komen gingen. Een politiehond die Bello heette, lag in een hondenhok tegenover mij. Het was 1965, vermoed ik. Bello en ik sloten vriendschap en ik stak mijn hand door de tralies van het hok en zei: “Bijt me maar.” Maar Bello begon te likken. Af en toe kwam er een agent kijken. Dat ik Bello aaide en hem mijn zonden opbiechtte, vond de agent niet erg. Integendeel. Hij vertelde wat Bello allemaal kon.

Mijn moeder werd gebeld.

Die belde mijn vader.

Mijn vader had een hoge functie als jurist bij De Nederlandsche Bank.

Hij liet alles uit zijn handen vallen en kwam onmiddellijk naar het politiebureau.

Ondertussen moest ik in een cel wachten die niet op slot ging.

Mijn vader kwam binnen, zag mij, zag de inspecteur en zei: “Het spijt mij heel erg. Ik schaam mij diep voor mijn zoon.”

Die zin kwam harder aan dan de klap die ik vermoedde te krijgen, maar voor dit vergrijp nooit heb gehad. Ik heb veel verdrongen over het gesprek dat toen volgde. Wat later liepen mijn vader en ik naar huis. We spraken niet. Ik werd doodgezwegen, wat me rechtvaardig leek.

’s Avonds – zo ging dat in die tijd – kwam er een rechercheur bij ons thuis. Niet om met mij te spreken, maar met mijn ouders. Wat daar besproken is, heb ik ook verdrongen, maar wel herinner ik mij dat vader alles heeft gedaan om een rechtszaak te voorkomen.

Zelfs beloofde hij mij naar de psychiater te sturen om mij geestelijk te laten onderzoeken – wat jeugdpsychiater Jan van de Lande in Bloemendaal ook heeft gedaan. Mijn vader bracht me met de Taunus daarheen en wachtte vijftig minuten. Hij wilde nooit weten wat er was besproken. Eén keer vroeg hij: “Je hebt ons toch niet te schande gemaakt?”

Ik gun ieder kind zo’n vader.

Ik had hem.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden