Plus Column

Ik vroeg me af wie zo braaf was geweest een kaartje te kopen

Yasmina Aboutaleb Beeld Agata Nowicka

Wie denkt dat de Amsterdamse Waterleidingduinen ook echt Amsterdams zijn, moet nodig zijn topografische kennis opfrissen. Ik stapte toch echt in de provincie Zuid-Holland uit de auto, toen ik afgelopen weekend die kant op ging.

We kwamen bij allerlei plaatsen waar ik nog nooit geweest was (Elsbroek! Hillegom!) en zelfs de ontvangst van mijn favoriete autoradiostation FunX begon halverwege de rit te haperen - zo ver van de stad waren we blijkbaar.

Maar de duinen zelf waren, nou ja, prachtig.

Ik liep over onverharde paden, heuvel op, ­heuvel af, in de verte zag je soms een wolk zand opstuiven en boven mijn hoofd gleed zo nu en dan geruisloos een zweefvliegtuig over.

En dan de herten. Bij de ingang van het wandelgebied werden ze al aangekondigd, ik kende ze vooral van het jaarlijks terugkerende discussiespel 'Bijvoeren of afschieten'.

Hoe dan ook, nog voordat ik mijn standpunt had bepaald en goed en wel aan de route was ­begonnen, doken er al een paar van die peper- en zoutkleurige beesten op, elk exemplaar ­parmantig gedecoreerd met een wit toefje op het achterwerk.

Alsof ze erop gewacht hadden, kwamen ze ­tevoorschijn vanachter een boom of een bosje, en staarden me na. Ze leken me nogal tam, ­brutaal zelfs, en maakten op geen enkel moment aanstalten zich terug te trekken. Integendeel, ze liepen met me op. Ik had het ­gevoel dat ik werd gecontroleerd.

En niet alleen door de herten. Ook door mijn medewandelaars. Ik was niet de enige die verpozing zocht in het groen. Om de paar minuten kwam ik mensen tegen - al dan niet in professionele uitrusting. Het ene stel in versleten trainingskloffie, het andere met 'camelbag' en van die skistokken, alsof we ons ver buiten de ­bewoonde wereld bevonden.

Iedereen zei ik gedag. Dat hoort. Net als buschauffeurs doen, of mensen met een bootje. Je groet elkaar, mompelend, erkent elkaars bestaan met een hoofdknik.

Het liefst wilde ik telkens heel hard Salaam Aleikum! roepen, maar omdat het was begonnen te druppelen, had ik mijn sjaal om mijn hoofd geknoopt (dat is bij ­regen pure noodzaak als je zulk haar hebt als ik), en ik wilde de argeloze wandelaars niet nog meer angst aanjagen. Ik zag in gedachten de politiehelikopter al boven mijn hoofd cirkelen, de bundel van het zoeklicht over het pad glijden.

Weer terug bij het vertrekpunt van mijn wandeling las ik op een bord dat je entreegeld moest betalen. Dat is natuur in Nederland. Ik vroeg me af wie van de bezoekers van die middag zo braaf was geweest een kaartje te kopen, Amsterdammers vermoedelijk niet.

Yasmina Aboutaleb (1986) rapporteert op vrijdag voor Het Parool vanuit de stad. Lees al haar columns terug in het archief. Reageren? yasmina@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden