Beeld Artur Krynicki

Ik vroeg me af hoe dat moest zijn voor Quinsy Gario

PlusJohan Fretz

‘Dus op de dag dat we weten dat het OM institutioneel racisme niet wil vervolgen en de dag na de poging tot staatsgreep van de witte nationalisten in de VS, zijn uitgenodigd (…),’ twitterde Quinsy Gario, kandidaat Kamerlid voor Bij1, met daaronder een Op1-aankondiging met Annabel Nanninga en Joost Eerdmans.

Ik vroeg me af hoe het moet zijn om in een land te leven waarin je ooit zelf door de politie bruut op de grond bent gedrukt voor het dragen van een T-shirt. Om jaren later te zien hoe een vreedzaam protest in Washington door de Nationale Garde wordt neergeslagen, zodat een fascistische president voor een kerkje een bijbel in de lucht kan houden. En om weer wat later te zien hoe Nederland geschokt reageert op iets dat jij al van verre hebt zien aankomen: honderden extremisten die, opgehitst door diezelfde president, zonder noemenswaardige weerstand van de politie, het Amerikaanse Capitool bestormen en er een paar uur later vrolijk uit wandelen, zonder handboeien of een schrammetje. Mannen met truien waarop staat: ‘Camp Auschwitz. Work makes freedom’. Ja, ik vroeg me af hoe dat moet zijn.

En om een dag later in Op1 inderdaad uitgerekend Joost Eerdmans te zien, een man die jarenlang moedwillig wegkeek van een radicaliserende partijleider die zelfs tijdens de bestorming deze week herhaalde dat Trump een geweldige leider zou zijn voor het hele Westen.

Ik vroeg me af hoe dat moet zijn: Joost Eerdmans de stem der rede te horen verkondigen. Nadat iedereen hem op tv maandenlang dingen had horen zeggen als ‘Biden is wel heel oud’ en ‘Ik denk dat Trump het vanavond prima deed’, ook al weigerde Trump zich in debatten ondubbelzinnig uit te spreken tegen onverbloemde white supremacists, zeg maar precies het type ‘bezorgde burger’ dat deze week het Capitool bestormde. Hem daar te zien zitten, Joost Eerdmans, de man van ‘fatsoenlijk rechts’, die na de verkiezingen zei: ‘Hoe de uiteindelijke uitslag ook zal zijn, niemand minder dan Trump is de morele winnaar.’ Ja, hoe zou dat zijn?

En om vervolgens in diezelfde talkshow de Amerikaanse ambassadeur, Pete Hoekstra, te horen verzuchten: ‘Dit gebeurt elke vier jaar’. En dan op Twitter te zien dat talloze Nederlanders vooral woedend worden op presentator Jort Kelder (de boezemvriend van eerdergenoemde partijleider), omdat die het aandurft een kritische vraag te stellen aan de ambassadeur, die ooit keihard loog dat in Nederland no-gozones bestaan, waar auto’s en politici in brand worden gestoken. Dezelfde Hoekstra die daarna het lef heeft Kelder om eerlijkheid en fatsoen te vragen.

Ik vroeg me af hoe dat moet zijn: in een land te leven dat jou verguisde om het dragen van een T-shirt. Een land dat zich zelfs na deze week liever van de domme houdt. Dat zelfs nu nog bereid is meer begrip en empathie op te brengen voor degenen die het gedachtegoed achter de terreur rechtvaardigen, normaliseren of bagatelliseren, dan voor jouw diepmenselijke roep om niets meer dan gelijkwaardigheid.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij schrijft op woensdag en zaterdag een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden