Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Ik vrees dat er meer rellen komen. Demonstreren heeft namelijk succes

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Het was 1966. Ik was dertien! Ik zag de film Omdat mijn fiets daar stond van Louis van Gasteren. Van Gasteren had de camera laten draaien toen er in Amsterdam relletjes waren naar aanleiding van het huwelijk van Beatrix en Claus. De scène waarop ook de titel was gebaseerd, betrof een jongen die tijdens de rellen zijn fiets wilde pakken en door de politie in elkaar werd geslagen.

Wat was ik kwaad!

Wie praatte ik na? Niet mijn ouders. Misschien mijn broer. Misschien vriendjes in de klas. Ik weet het niet, maar ik vond de politie ‘fascisten!’ Later, tijdens de krakersrellen, schreeuwde ik ook dat de smerissen ‘fascistisch’ in de weer waren.

Woede is besmettelijk. Je kunt het zijn zonder te weten wat er precies aan de hand is.

Waren er toen niet veel meer rellen dan tegenwoordig?

Ik haal het niet meer in mijn hoofd om de politie fascisten te noemen. Integendeel. Er is te weinig politie.

Mijn vader meende dat we relden om het rellen. Dat irriteert me nog steeds. Ik was oprecht kwaad. Ik las vervolgens alles wat los en vast zat en was begaan. De rassenrellen in Amerika! De dood van Che Guevara… Ik werd om alles wrokkig.

Woede heeft me nooit verlaten. De redenen wel.

Woede en wrok zijn noodzakelijke aandoeningen. Thuis zag ik ouders die ternauwernood de oorlog hadden overleefd en alleen boos waren als ze per ongeluk een huissleutel hadden verloren of wanneer de loodgieter niet op tijd kwam. Ze waren wel constant verdrietig, maar analyseerden hun verdriet niet, want ze voelden waarschijnlijk aan dat ze dan nog treuriger zouden worden. En boos. Daar hadden ze geen tijd voor. Er moesten kinderen worden opgevoed en oorlogswonden gelikt.

Als er nu gereld wordt, denk ik: ik ben het er niet mee eens, maar in vergelijking met vroeger valt het knokken mee.

Tegelijkertijd vrees ik dat er binnenkort meer rellen komen. Demonstreren heeft namelijk succes. Wanneer alles harder wordt, zullen ook de demonstraties feller worden.

Ik wil heus nog wel meelopen (kleine pasjes) voor beter onderwijs, voor betere zorg, zelfs voor een betere democratie.

Maar dáár gaat men nooit echt de straat voor op.

Elke dag demonstreer ik daarom in mijn eentje als ik met de hond wandel en de goorste leuzen bedenk. Uit de onzichtbare monden van de grachtenpanden ruik ik namelijk de adem van een decadente, hypocriete samenleving.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden