Column

Ik vraag me al 30 jaar af hoe de Febo die grillsaus maakt

James Worthy Beeld Agata Nowicka

Mijn vader weet nog precies waar hij was toen John Lennon stierf, mijn moeder weet nog precies waar ze was toen Kennedy doodging en ik weet nog precies waar ik was toen ik voor de eerste keer in mijn leven een grillburger van de Febo at.

Het was in een Febo op het Stadionplein. Mijn vader en ik zaten buiten op een wit stalen bankje. Een reiger stond op het dak van een Ford Sierra te wachten om alle op de grond gevallen frietjes van de straat af te plukken. Het was op een zondag. Of op een zaterdag. Ik had net gevoetbald. En gewonnen denk ik, want waarom zou mijn vader me anders willen belonen?

Mijn vader begon met een kalfsvleeskroket die hij in vier identieke happen opat. Daarna ging hij voor een kaassoufflé. Hij beet een hoekje van de soufflé af en keek door het gaatje naar binnen. De kokendhete kaaslava kroop naar de opening en begroette hem met wolkjes stoom.

Vervolgens liep mijn vader weer naar de ­tovermuur. De muur die hij in zijn eentje leeg wilde eten. Ik was nog jong en dus trots op al zijn prestaties. Alleen al het feit dat hij het probeerde, vervulde mij met trots. In mijn ogen droeg de eetlust van mijn vader die bewuste dag een cape.

Ik keek naar de reiger en zag hoe wonderschoon de stad en de natuur op dat moment samenkwamen. ­Nadat ik mijn patatje had opgegeten, ging ik naast mijn vader staan.

"Heb je nog honger, Jamie?" vroeg hij. Ik wees naar de mooiste hamburger die ik ooit had gezien en niet veel later trok ik het klepje open. Daar lag een grillburger.

Ik pakte haar uit de muur en liep terug naar het bankje. Na de eerste hap zocht ik oogcontact met mijn vader, hij knikte, want mijn vader wist dat mijn leven na deze grillburger nooit meer hetzelfde zou zijn.

Perfecte droogsappigheid, dat proefde ik. En die saus. Wetenschappers vragen zich nog altijd af hoe de Egyptenaren erin slaagden hun piramides te bouwen, ik daarentegen vraag me al dertig jaar af hoe de mensen van Febo hun grillsaus maken.

De volgende ochtend, toen ik wakker werd, voelde ik dat er een sesamzaadje tussen mijn tanden zat. Dat is ook zo fijn aan de grillburger. Zij kan een paar dagen bij je blijven. Fastfood zonder enige vorm van haast.

Ik weet nog goed dat mijn vader een keer het Weight Watchers-dieet deed en dat mijn moeder en ik in bus 35 zaten. We gingen op bezoek bij mijn oma die in de Frambozenstraat woonde. In een huisje zo klein dat de poppen van mijn zus er hun hoofd tegen het plafond zouden stoten.

Toen de bus langs de Febo op de Vuurwerkerweg reed, zag mijn moeder de stationwagen van mijn vader staan. We stapten uit bij de volgende halte en liepen naar de Febo toe. Daar stond mijn vader op zijn werkschoenen. Hij beet het hoekje van een kaassoufflé af en keek er naar binnen.

"Wat doe jij nou?" schreeuwde mijn moeder. Mijn ­vader hield wijselijk zijn mond.

"Hallo, praat ik tegen een muur of zo?"

Twee minuten later zaten we met z'n drieën op een wit stalen bankje. Er waren geen reigers. En allemaal hadden we een grillburger vast.

Lees ook: Geen slingers maar saus voor jarige grillburger van de Febo

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug. Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden