Plus Column

Ik vraag me af wanneer ik een ouder geworden ben die dit soort ­ouderdingen doet

Pepijn Lanen Beeld Corné van der Stelt

We liggen aan de rivier op een geruite wollen deken die mijn broer achter in zijn auto had liggen en eten van die worstjes. Ik kijk recht omhoog naar de blauwe lucht en neem een slokje bier. Mijn vader vertelt dat die ene boom een lariks is. De wuivende takken van de lariks doen me denken aan de willekeur van de natuur en hoe gek wij mensen zijn dat we altijd alles maar willen voorzien van orde en structuur.

Ik loop met mijn zoontje naar de rivier, hij heeft geen broek aan maar wel zijn nieuwe laarsjes, en geef hem aan mijn broer mee die ook zijn laarsjes aan heeft getrokken. Ik hurk op een afstandje om foto's te maken, want anders is het niet gebeurd straks.

De zon wordt gebroken in het wateroppervlak en er ontstaat een soort levend mozaïek van een ontelbaar aantal stukjes licht, elk stukje aldoor maar in beweging. In de verte kijk ik naar mijn broer die mijn zoontje probeert warm te maken voor het concept stenen kaatsen over het wateroppervlak.

Ineens ben ik weer een met het universum. Ik dein mee op het ritme van het zonlicht dat op het water kaatst. Ik zie lucht en ik voel licht. In de verte, aan de overkant van de rivier, torenen de lariksen boven mijn grote broer en mijn kleine mannetje uit. Het is iets minder goed te zien, maar ook hun takken wuiven aan een stuk door in alle richtingen.

Mijn vrouw gaat ook de rivier in, gewoon op blote voeten, en ik voel me een dwaas dat ik daar niet aan gedacht heb en trek ook mijn schoenen uit. Gelukkig is het water wel ijskoud en liggen er allemaal scherpe stenen, anders had ik helemaal voor niks al die tijd mijn schoenen aangehouden.

Mijn neefje komt allemaal dennenappels brengen en mijn zoontje gooit ze een voor een in de rivier. Hij heeft het goed voor elkaar. Ik probeer hem te laten zien hoe leuk het is om ze in het kleine stroompje te gooien en ze naar de rivier toe te zien racen, maar dat interesseert hem geen reet.

Het liefst rent hij zo het diepe groene water in en dus hou ik hem vast bij zijn kraag terwijl hij bijna voorover valt tijdens het dennenappels de levensgevaarlijke rivier in gooien.

Na een tijdje vind ik het wel weer mooi geweest en moet er iemand ferm worden toegesproken die het nog niet mooi geweest vindt. Ik vraag me af wanneer ik ineens een ouder geworden ben die dit soort ­ouderdingen doet, zoals nee zeggen en streng zijn.

Het liefst zou ik met hem die rivier in rennen. Het interesseert me niet hoe koud het is. Al haal ik al mijn voeten open aan de scherpe stenen op de bodem van de rivier. Met mijn telefoon én mijn portemonnee in mijn zak. I don't give a fuck. Geef alles aan de lariksen in ruil voor dat er geen einde komt aan dit moment.

Pepijn Lanen (1982), ook bekend als Faberyayo, is rapper, schrijver en tekstschrijver van onder meer De Jeugd van Tegenwoordig en LeLe. Elke zaterdag schrijft hij een column voor Het Parool. In het archief lees je ze allemaal terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden