Plus Column

Ik vond het een treurige homp suikerdeeg

Yasmina Aboutaleb Beeld Agata Nowicka

Het is de voorlaatste aflevering van Breaking Bad en Saul Goodman, advocaat van de onderwereld, vreest voor zijn leven en ziet nog maar één uitweg, een definitieve. Hij maakt zich op voor een identiteitsverandering en een onderduikadres. "If I'm lucky, a month from now, best-case scenario, I'm managing a Cinnabon in Omaha," zegt hij.

Ik wist niet wat Cinnabon was en ik wist niet waar Omaha lag, maar beide hadden iets onuitgesproken treurigs. Maanden later, in de openingsscène van zijn eigen serie Better Call Saul, zag ik hem weer, Saul, ditmaal vermomd met snor, bril en gehuld in goedkope polyester ­bedrijfskleding.

Hij stond achter de balie van een filiaal van Cinnabon. Het bleek een fastfoodketen, wereldberoemd in de Verenigde ­Staten. De McDonald's van de kaneelbroodjes, zeg maar. Treurig, inderdaad.

Gisteren, toen het zo vingerverlammend koud was en het eigenlijk een dag was om koekjes te eten in bed en wat te bingewatchen, liep ik in de Bijlmer, winkelcentrum Amsterdamse Poort. Daar hing zomaar het diepblauwe Cinnabon­logo boven een sfeerloze koffiebar. Een officiële franchise.

Het rook er naar appeltaart. Het menu was simpel en bestond uit vier soorten Cinnabons. Normaal ('Classic', volgens de verkoopster), ­Caramel, Pecannoten en Chocolade. In de vitrine zagen de kaneelrollen er allemaal hetzelfde uit: rond en plakkerig. Een soort doorgeëvolu­eerde Zeeuwse bolus.

Mijn 'Minibon' werd opgewarmd in een magnetron en op een kartonnen bordje gelegd. Een plastic vork en mes moest ik zelf pakken.

Een jongen met een muts en een hoodie kwam bij mij aan tafel zitten. Hij had de grote versie van mijn gebakje. Of ik ook het midden het lekkerst vond, vroeg-ie. Toen ik zei dat ik nog nooit een Cinnabon had gegeten, keek hij me glunderend aan. "Je gaat het heel lekker vinden."

Hij kwam uit de Rivierenbuurt en had zich er de hele weg op de scooter op zitten verheugen. Hij kwam hier alleen voor het gebakje. "En jij?" vroeg hij. "Eh, ik ook," zei ik. "Ik ken het van Better Call Saul." Hij lachte en hield zijn hand omhoog, high five.

We aten onze gebakjes en hij vertelde dat hij over een paar dagen op vakantie ging. Naar Thailand, een maand, alleen. Hij was goed voorbereid, want hij had een internationaal rijbewijs gekocht. Hij trok het papieren ding uit zijn zak en liet het zien. Anass, stond er.

"Hé, je bent Marokkaans," zei ik.

"Zou je niet zeggen, hè?"

Hij lachte.

"Ik heet Yasmina", zei ik.

"Wat? Ben jij ook Marokkaans?"

We lachten.

Cinnabons kun je ook zelf maken, zei hij. Simpel. Het recept had-ie op YouTube gevonden. Lekker man, die kaneelgeur in huis. Maar de echte blijven het beste, zei hij. Ik vond het een treurige homp suikerdeeg, maar dat zei ik niet.

Yasmina Aboutaleb (1986) rapporteert op dinsdag en donderdag voor Het Parool vanuit de stad. Lees al haar columns terug in het archief.

Reageren? yasmina@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden