Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Ik voel me omsingeld door ijs likkende tongen

PlusMaarten Moll

Je ziet het aankomen.

Zoals de befaamde voetbalcommentator Hugo Walker het zag als een speler aanstalten maakte om uit te halen. “Komt dat schot!” riep Hugo dan.

Ik heb dat met ijsjes.

Zodra ik mensen met hoog geheven ijsjes zie lopen, denk ik alleen maar: komt die tong!

Die natte lap die ongegeneerd naar buiten komt alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. De tongen die om het ijs draaien, de tongen die lange halen maken.

Die witte tongen die terugkeren naar hun grotten. Brrrr. Waarom moet ik dat zien?

Nu met dat warme weer voel ik me omsingeld door tongen. Het lijkt ook of op elke hoek een ijssalon zit. Overal komen ze me tegemoet, die aan ijsjes likkende mensen. Het is een plaag.

En ging het ijsje maar richting mond, hè, zodat ik er niets van hoefde te zien. Maar nee, de slangentong wordt alvast naar buiten gestoken als het ijsje nog op een kilometer afstand is, en gaat dan al zoekend richting ijsje.

Kijk dan niet.

Helaas. Ik móet ernaar kijken, naar dit exhibitionisme der tongen. Mijn blik wordt naar de ijseter getrokken. Ik kan er niets aan doen.

Komt die tong!

Ik kan niet wegkijken. (Ik denk dat je zo een ijsje in mijn open mond kunt schuiven.)

Ik heb het met raketjes, maar vooral met softijs. Een bakje schepijs en een lepeltje: prima, geen probleem. Maar softijs…

En, ook dat nog, softijs gaat lopen. Dat weet iedereen.

Over het oubliehoorntje.

Zo’n wit slakkenspoor.

En dan is het onvermijdelijk.

Komt die tong!

Van onder naar boven. Breed en langzaam en onge­geneerd.

Soms, als de ijseter niet alert is: drie stroompjes die op de punt afstevenen.

De oubliehoorn die in meerstromenland is veranderd. Dan is het gelebber al helemaal niet meer van de lucht. Men loopt dan, het ijsje steeds in de andere hand overhevelend, al tongend om het ijsje heen. Een circusact. En iedereen mag er van meegenieten.

Men staat midden op straat stil. Er bestaat niets anders op de wereld dan dat ijsriviertje dat gestopt moet worden.

Komt die tong!

(Soms dat druppeltje dat aan de hoorn hangt. De mensen op dat druppeltje willen wijzen. Niet kunnen doorlopen voordat dat druppeltje of is gevallen, of is weggelikt.)

Komt die tong!

En de ergsten zijn de ouderen. Wilde ik zeggen. Die goed de tijd voor nemen voor hun ijsje. Hun momentje van de dag, hun uitje, hun ontsnapping aan het alledaagse.

Maar dat is dus helemaal niet waar. Iedereen doet het. Jong en oud. Iedereen laat het achterste van zijn tong zien. Iedereen slingert dat ding in het rond. Voor iedereen is dat softijsje het centrum van het universum.

Kijk Hugo, daar loopt er weer een met een vers soft­ijsje.

Komt die tong!

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden