PlusColumn

Ik vind mijn verloren ring nog erger dan Trump

Pepijn LanenBeeld Corné van der Stelt

Iemand hoest en ik word wakker. Het is vier uur in de nacht en ik moet ook hoesten en daarna kan ik niet meer slapen.

Ik ben de ring die ik van mijn vader heb gekregen toen ik 26 werd en mijn ouders dachten dat ik 25 werd kwijtgeraakt, weet ik ineens weer. Ik voel mij een ondankbare rotzoon.

Ik kan me herinneren dat ik hem een week geleden afdeed in deze kamer, maar daarna heb ik hem niet meer gezien. Al een week lang keer ik mentaal en fysiek alles ondersteboven op zoek naar het verlossende moment van wederzien, maar vooralsnog krijg ik enkel nul op het rekest. Ik vind het echt heel erg. Nog erger dan Trump.

Ik ben bang dat ik hem per ongeluk heb weggegooid, samen met wat nikserige niemendalletjes - dat zou het nog erger maken en mij als persoon een nog slechter persoon - maar dat kan eigenlijk niet want zo ben ik niet; dus dat zal ook wel niet gebeurd zijn.

Maar waar is de ring dan wel? Nu ben ik razend en wanhopig. Het is inmiddels tien over vier; nog lang geen ochtend en ook bepaald geen tijdstip voor dit soort extreme emoties.

Ik ga plassen en daarna weer in bed liggen. Als ik mijn ogen opendoe, ben ik doodmoe, maar als ik ze sluit weer klaarwakker. Ik pak mijn telefoon en probeer dan maar wat te lezen, maar net als ik goed en wel in het verhaal van Murakami zit over de perikelen rondom een groep vreemden die elkaar toevallig ontmoeten na middernacht in een rosse buurt in Tokio, is het boek ineens afgelopen.

Ik geef het op, maar val toch in slaap.

Een paar dagen later stap ik uit het vliegtuig waar ik wederom waardeloos in geslapen en een boek van Murakami in gelezen heb, maar ditmaal niet uit. Het is onmenselijk vroeg en toch staan mijn ­ouders bij de gate.

Mijn vader praat over Le Pen en Erdogan en dan over Wilders en Trump en alhoewel het niet bepaald een gesprek is om vrolijk van te worden, ben ik toch heel blij hen weer te zien, want het was alweer eventjes geleden.

We lopen naar de parkeergarage en ik moet aan een stuk door niezen door de Hollandse frisse lucht. Onderweg naar de auto durf ik nog steeds niks over de ring te zeggen tegen mijn vader, maar ik beloof dat ik hem op de hoogte heb gesteld voordat u dit heeft gelezen.

Pepijn Lanen (1982), ook bekend als Faberyayo, is rapper, schrijver en tekstschrijver van onder meer De Jeugd van Tegenwoordig en LeLe. Elke zaterdag schrijft hij een column voor Het Parool. In het archief lees je ze allemaal terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden