Ik vier niks

PlusTheodor Holman

“Het is het orgasme van het virus,” zeg ik, “het kent geen echt hoogtepunt. Je denkt dat het ergste is geweest, maar elk moment kan het weer toeslaan.”

“Ik stel me bij een hoogtepunt toch iets anders voor, Theodor,” zegt de vrouw des huizes. We zitten bij haar in de tuin, op goedgekeurde afstand. De zon schijnt in ons gezicht en laat de witte wijn fonkelen.

We lachen wat, maar we zijn bitter.

Er is een lege tuinstoel, en de vraag is of die leeg blijft of een dezer dagen toch nog dienst gaat doen.

“En mag ik weten wat hij de laatste keer zei?” vraag ik.

“Ach… eigenlijk niks… zo van: komt goed, hoor… Maak je je maar geen zorgen.”

De vraag had ik niet moeten stellen. Wat intiem is, moet intiem blijven. Maar je bent verward en stelt vragen om je eigen angsten te bezweren.

“Het is erg lief van hem om mij gerust te stellen,” gaat ze door, “maar sinds ik het woord zorgen hoorde, is het eigenlijk mis met mij.”

Zorgen, dat zijn de vooruitgeschoven martel­werktuigen van de dood. Maar dat zeg ik niet. Zorgen – zo vreemd dat een woord dat het meeste aan je knaagt, tegelijkertijd het woord is dat uitdrukt wat je moet doen als iemand door zorgen is gekweld: voor hem of haar zorgen.

“Maar genoeg over hem. Hij redt het of niet. Hoe gaat het met de kleinkinderen?”

Ik haal mijn iPhone tevoorschijn en toon foto’s. Het is onbeleefd om op te scheppen, maar ik kan het niet laten. Ik ben nu eenmaal trots op mijn kleinkinderen.

Kleinkinderen – ook zo’n onderwerp dat omzichtig behandeld moet worden. Er zijn redenen waarom onze vriendin geen kleinkinderen heeft. En daarin heeft het lot ook geen prettige rol gespeeld.

“Ze zijn inderdaad erg mooi,” hoor ik.

Ik wil een grapje maken, maar ik weet niet wat en hoe.

“Ja, maar het zijn ook doerakken hoor,” zeg ik.

Het woord ‘doerakken’ is absoluut niet op mijn kleinkinderen van toepassing en had ik in het negentiende-eeuwse kinderboek moeten laten zitten waar ik het waarschijnlijk uit heb laten ontsnappen.

“Nog een witte wijn?”

“Graag,” zeg ik.

De emmer waarin de fles wordt koud gehouden, wordt naar me toegeschoven en ik schenk mezelf nog eens in.

“Ongeluk moet je vieren, Theodor, schenk jezelf wat bij.”

Ik schud mijn hoofd.

“Ik vier niks.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden