Natascha van Weezel. Beeld Artur Krynicki
Natascha van Weezel.Beeld Artur Krynicki

Ik verlang nu zo ongelooflijk naar een nicotineshot dat ik haast bereid ben een sigaret op te eten

PlusNatascha van Weezel

Natascha van Weezel

Eigenlijk wilde ik mijn column deze week besteden aan ‘De nacht staat op’, de aangekondigde protestactie van de nachthoreca. Ik had ook nog overwogen te schrijven over de ‘zelfwoonplicht’ op de Amsterdamse woningmarkt. Allebei belangrijke onderwerpen, alleen merkte ik dat ik me er niet op kon focussen. Ik denk namelijk maar aan één ding: sigaretten.

Veel mensen weten niet dat ik een fervent roker ben. Of wás, moet ik zeggen. Sinds een paar dagen ben ik namelijk gestopt. Cold turkey en zonder enig hulpmiddel – althans, als je de dozen vol smintjes, kilo’s komkommer en trossen cherrytomaten niet meerekent.

Volgens mijn huisarts was dit de beste methode voor mij. Ik twijfel daar inmiddels sterk aan, want ik verlang nu zo ongelooflijk naar een nicotineshot dat ik haast bereid ben een sigaret op te eten.

Rond mijn zestiende rookte ik mijn eerste peuk, samen met mijn beste vriendin. We dronken wat bij Café Wildschut en kregen een sigaret aangeboden van een populaire klasgenoot. Mijn vriendin moest onmiddellijk kotsen, ik vond het wel spannend. Toch werd ik geen vaste roker. Dat gebeurde pas een paar jaar later.

Op mijn negentiende was ik opgenomen in een eetstoorniskliniek. De regels waren ondoorgrondelijk. Zo mocht je ’s avonds alleen naar buiten als je rookte. Uit praktische overwegingen begon ik dus met roken. Ik nam me voor daar meteen mee te stoppen na mijn ontslag. Natuurlijk deed ik dat niet. Ik had mijn ene verslaving ingeruild voor de andere, al ontkende ik in alle toonaarden dat ik verslaafd was. Ik vond het gewoon ‘lekker’.

In de periode daarna bleven de nicotinemonsters in mijn hoofd creatief. Tijdens een drie maanden durende reis naar Australië gunde ik mezelf nog sigaretten. Daarna zou het definitief klaar zijn. Eenmaal thuis begon ik met mijn studie aan de universiteit. Bijna iedereen rookte daar. Het was toch ongezellig als ik niet meedeed? Na mijn afstuderen vond ik niet meteen werk. Met zoveel (werk)stress was het toch onverstandig om te stoppen?

Inmiddels mocht je niet meer roken in cafés, werd je met een sigaret in je hand steeds vaker als een paria behandeld en verschenen er vreselijke foto’s van hartaanvallen en dode baby’s op de pakjes. De prijs steeg ook flink, tot boven de acht euro. Ondanks deze ‘ongemakken’ vond ik altijd wel een reden om door te gaan. Het raarste voorbeeld is de tijd waarin mijn vader in het AMC lag. Tussen de bezoekjes aan de afdeling oncologie door rookte ik meer dan ooit.

We zijn nu vier jaar verder en eindelijk weiger ik om naar de nicotinemonsters te luisteren. Het gaat nog niet van harte, maar ik weet dat ik het ga volhouden. Na ruim zestien jaar moet het echt afgelopen zijn met die lekkere, maar o zo stomme verslaving.

Natascha van Weezel (1986) is journalist. Elke maandag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? natascha@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden