Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Ik trok mijn overhemd uit en nam plaats – toen zag ik de naald

PlusMaarten Moll

Ik mocht op transport.

Een kennis van een kennis van M. had haar afspraak gemaakt zich te laten vaccineren tegen corona. En een vriendin van die kennis van een kennis had niet echt blij gereageerd.

“Mag je op transport?”

Kennis van de kennis met stomheid geslagen. Had ze het wel goed gehoord?

“Ja, ik zal het wel niet mogen zeggen zo, maar je laat je toch naar de slachtbank leiden. Je weet toch niet wat ze met je gaan doen, sorry, hoor.”

Altijd maar weer die oorlog erbij slepen.

Toen ik bij de Afas Live aankwam, werd ik niet opgewacht door andere respectloze gekken met anti-vaccinatieborden. Van die mensen die je bij abortusklinieken ook ziet, die zouden proberen me op andere gedachten te brengen, me nog even een paar dagen wilden laten nadenken voor ik de prik zou nemen.

Ik ging naar binnen, en ik liet me gewillig middels controles en een spoor van oranje stippen op de vloer naar de prikhokjes leiden.

In hokje nummer 6 zat een vrouw in een oranje hesje.

“Zo,” zei de vrouw, “komt u maar even zitten.”

Ik trok mijn overhemd uit en nam plaats.

Toen zag ik de naald.

Ik heb het niet met naalden. Een overblijfsel uit mijn jeugd toen smoelensmid G. te D. me meermaals met enorme spuiten pijn had gedaan.

Ik keek heel snel de andere kant op, naar de ruimte achter de inentingsstraat waar men een kwartier moest wachten voor men veilig weer op huis aan kon.

De vrouw pakte mijn linkerarm.

“Is het al klaar?” vroeg ik.

“U bent een beetje gespannen. U zweet helemaal.”

Als er op tv in armen wordt geprikt hou ik altijd een hand voor mijn ogen.

Ik wilde haar het verhaal vertellen van de vrucht­waterpunctie. Toen de andere partij heel stoer helse ­pijnen onderging van de enorme naald, ik er op een stoel naast zat, en de verpleegsters maar net met koude washandjes konden voorkomen dat ik van mijn stokje ging.

Ze had die verhalen natuurlijk al tientallen malen gehoord.

“U moet u even ontspannen, laat die arm maar hangen.”

Ik dacht aan leuke dingen.

Ik voelde even heel licht iets.

“Goed zo,” zei de vrouw.

“Dat was het?”

“Dat was het.”

“Dat stelde ook niets voor,” zei ik stoer.

De vrouw keek me even aan, spottend, meende ik.

Ze plakte een dingetje over het prikgat.

“Ik had hier deze week een man, helemaal onder de tatoeages, die viel gewoon flauw. Ik zeg: wat doe je nou? Echt zo’n grote kerel, hè! Kwam alleen wat gepiep uit.”

Wat een aansteller, wilde ik zeggen, maar ik had geen zin in nog een spottende blik.

Ik trok mijn overhemd weer aan en wreef over mijn arm.

“Even rustig een kwartiertje blijven zitten,” zei de vrouw, en ze wees naar de ruimte met de stoelen.

Vijftien minuten later – volgens de complotwappies zou mijn arm magnetisch moeten zijn maar de sleutels vielen gewoon op de grond – verliet ik Afas Live.

Ik was op transport geweest, en dat voelde heel goed.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden