PlusMaarten Moll

Ik treur niet om al die verdwenen dieren

null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Ik ben nooit naar Kopenhagen gereisd.

Maar eerst: we hebben het nu wel allemaal over de leeuwen die naar Zuid-Frankrijk gaan verhuizen, maar je ging toch niet naar Artis voor die luie beesten? Die maar op hun rug lagen te wachten tot hen hompen vlees werden toegeworpen?

Wat nou ‘koning der dieren’?

Af en toe een brul. Af en toe een welpje.

Dat was het wel. Snel langs het Kerbertterras dus.

Een leeuwloos Artis. Is dat erg? We hebben al geen ijsberen meer, en geen tijgers, geen nijlpaard.

Ik heb niet getreurd om al die verdwenen dieren.

Ik wil alleen de zeekoe terug.

In het gorillaverblijf, waar destijds ook nijlpaard Tanja haar bak water had, was het verblijf van de zeekoeien. Beetje verscholen achter grote planten. Trap af en dan stond je voor een groot betonnen bassin met heel dik glas. Groen, troebel water. Er dreef veel sla en andijvie in. En in die grote bak groentesoep dreven, als balletjes, de zeekoeien.

Af en toe kwam er een voorbij het glas geschoven, als een onderzeeër door het beeld in The Hunt for Red October.

Er stonden nooit veel mensen bij de zeekoeien te kijken. Ach, de onwetenden.

Prachtige beesten. Geen benul voor wat dan ook. De wereld een krop andijvie.

Met de meiden, staand voor het groene water.

“Wat is dat, pap?”

“Daar wonen de zeekoeien.”

“Ik zie niets.”

“Wacht maar.”

“Wat doet een zeekoe?”

“Wat doet een zeekoe? Niets.”

“O…”

“Nee, jij wilt geen zeekoe zijn.”

“Wel!”

“Dan krijg je alleen maar andijvie te eten. Kijk!”

En dan kwam er een grijs object voorbij. Heel langzaam.

“Ze lijken echt niet op koeien, hoor!”

“Ze zeggen dat zeekoeien zeemeerminnen zijn.”

“Niet, pap! Dat is geen zeemeermin! Zeemeerminnen zijn mooi!”

En altijd wilden de meiden veel te snel weer door.

“Kom nou, pap!”

We waren al een tijd niet in Artis geweest, toen we op een dag het gorillaverblijf betraden.

“Kunnen we de zeekoeien overslaan?” dreinden de meiden.

Trapje af. Desoriëntatie. Ontsteltenis.

De groentesoep was op.

De bak was leeggepompt. Er lagen takken in, een laagje zand. Een paar werkmanshandschoenen.

Een A4’tje op het glas. De zeekoeien waren verhuisd naar de dierentuin in Kopenhagen, naar een groter verblijf.

De meiden stoven onaangedaan de trap weer op.

Kopenhagen. Stond daar nu een vader met zijn dochters naar míjn zeekoeien te kijken? Mijn lelijke zeemeerminnen?

Ik hoorde de meiden joelen bij de apen. Zij hadden de zeekoeien al losgelaten.

Ik ben nooit naar Kopenhagen gereisd, de zeekoeien achterna.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden