Artikel Wit Beeld Agata Nowicka

Ik spring zo hoog dat ik de zon een high-five kan geven

Plus James Worthy

Ik sta op een plein in Madrid. Eigenlijk ben ik bang voor grote menigtes, maar dit is geen grote menigte, nee, dit is een uit de kluiten gewassen familiereünie. Iedereen ruikt naar zonnebrand, bier en tabak.

Het is bloedheet. De zon hangt zo laag dat het erop lijkt alsof ze bij ons wil horen. Op een normale dag doen zonnestralen er 8 minuten over om de Aarde te bereiken, maar vandaag lijkt de zon sneller dan het licht te stralen.

In de verte loopt een man met een jongetje op zijn schouders. Ik stuur een berichtje naar mijn vader en zeg dat ik hem mis. Hij hoort hier te zijn. Niet ik. Mijn vader komt écht uit Liverpool, ik kom alleen maar uit hem.

Voor het stadion stuit ik op een man die mijn kaartje wil kopen. De man tikt op het gouden klokje om zijn pols en wijst daarna naar zijn broekriem van slangenleer. Na het tikken en wijzen vertelt hij me dat er twintigduizend pond in zijn rugzak zit. En wat ik allemaal met dat geld zou kunnen doen. Hij zegt dat ik er een jetski van kan kopen. Hij heeft wel een adresje voor me. Ik bedank vriendelijk en loop door.

“Wil je niet rijk worden dan?” schreeuwt de man.

Ik wijs naar mijn goedkope horloge en zeg dat ik moet gaan omdat de wedstrijd zo begint.

De urinoirs in het stadion zijn schoon. Ik mik op de vlieg en ruik asperges. Alleen al daarom ben ik dol op asperges. Het heeft iets romantisch dat ze er alles aan doen om niet vergeten te worden. Ik vind het jammer dat wij mensen dat niet kunnen. Dat mijn buurjongen niet ergens op een knopje kan drukken en dat de urine van zijn ex-geliefde dan voor een dag naar zijn aftershave ruikt.

In het stadion zit ik achter een Tottenhamvader met zijn twee jonge Tottenhamzoons. Ze kijken naar de spelers die zich aan het warmlopen zijn. De vader maakt foto’s met een camera waarvan ik er vier had kunnen kopen als ik vandaag rijk had willen worden.

Ik maak een foto van het veld en stuur de foto naar mijn vader. Ik mis hem echt. Ik hoop niet dat hij jaloers is. Ik hoop dat hij trots op me is.

Al na 107 seconden scoort Mohamed Salah een penalty. Hij scoort sneller dan het licht. Ik spring zo hoog dat ik de zon een high five kan geven en ik schreeuw zo hard dat ik mijn vader kan horen.

De twee jongetjes die voor me zitten, kijken met tegen­zin naar mijn blijdschap. Ik hoop dat ze jaloers op mij zijn, maar ook nog steeds trots op hun vader.

Een paar minuten voor tijd scoort Divock Origi de 0-2. Ik spring zo hoog dat ik E.T. een high five kan geven. Hij heeft zachte handen. Ik zeg tegen hem dat hij naar huis moet bellen om te zeggen dat we gaan winnen.

Mijn helden springen en dansen over het veld. Het is net of ze zweven. Ze zitten op de schouders van hun eigen geluk. Alisson Becker bijt in zijn gouden medaille. Hij is de echtheid aan het testen. Maar ik hoef nergens in te bijten. Alles wat ik voel, is echt.

Een polonaise van traantjes op mijn wang. Ik ruik asperges. En de tranen blijven maar komen. Het stadion stroomt vol. Ik spring op mijn jetski. Mijn vader zit achterop. En samen varen we naar huis.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Reageren? james@parool.nl

Lees ook:

- Game of Thrones is pas een paar uurtjes dood

- Het eerste lijntje snoof hij op de kaft van Moby Dick

- Als ik liefdesverdriet had, dacht ik aan Steve Irwin

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden