James Worthy. Beeld Agata Nowicka

Ik sluit mijn ogen en zie Rutger Hauer en Monique van de Ven

Plus James Worthy

In het golfslagbad zie ik een vrouw een man manueel bevredigen. De man leunt tegen de kant aan en de rechterarm van de vrouw gaat op en neer als het centenbakje van een draaiorgelspeler. Hij probeert met man en macht zijn gezicht in de plooi te houden, maar haar handelingen laten zijn stalen gezicht smelten.

Vanuit het hoger gelegen bubbelbad kijk ik naar het tweetal. Zij heeft een tatoeage van een zeepaardje op haar schouder en op zijn borst staat het motto van een Rotterdamse voetbalclub.

Een paar weken geleden las ik in het nieuwe boek van Marian Donner dat we meer moeten stinken, drinken, bloeden, branden en dansen. Ik was het met haar eens en ik ben het nog steeds. De wereld is te netjes. Het is net als dit zwembad. Chloor vernietigt alles wat goor is. Schaamte en preutsheid werken ongeveer hetzelfde. We zijn liever netjes en schoon dan onszelf.

In de laatste dertig jaar zijn we op de een of andere manier onze geuren, onze beharing en al onze verrukkelijke imperfecties gaan verafschuwen. De moderne mens lijkt op een zebra die zijn eigen strepen haat. Alles wat ons uniek maakt, gaan we met bleek en beugels te lijf. We spuiten chemische troep onder onze oksels om niet te stinken en we smeren chemische troep op de plekken waar we geen haren meer willen zien. Ooit waren we een tweevoetige primatensoort, maar tegenwoordig zijn we niets meer dan een scheikundige proef.

Ik kijk naar het tweetal in het golfslagbad en zie ­primaten. Ik zie dat wat we ooit waren. En wat waren we prachtig. Schaamteloos en trots. Twee botergeile zeeleeuwen op een rots. Nog even en ze bezwangeren de walgelijke reinheid met wonderschone weerzin­wekkendheid.

Een badmeester loopt op ze af. Ook hij heeft een fluit in zijn handen. De badmeester gaat naast het tweetal staan en zegt dat ze moeten ophouden. Ik wil opstaan en ‘boe’ roepen, maar ik doe niets. De man en vrouw zwemmen door een erehaag van chloor naar de andere kant van het zwembad en verlaten het bad. Ze douchen zonder zeep en lopen in de richting van de kluisjes. De onzindelijkheid heeft het vandaag wederom van de onzin verloren.

Ik zit in het bubbelbad en probeer te genieten, maar het lukt niet. En ik ben echt verzot op bubbelbaden. Ik voel me altijd als spaghetti in een grote pan kokend ­water als ik in zo’n bad zit. Maar nu even niet. Ik sluit mijn ogen en zie Rutger Hauer en Monique van de Ven. Ik sluit mijn ogen en lees Wolkers. Ik zie allesverslindende liefde en allesverwoestende passie. De intimiteit van vulgariteit. De vlinders die al het fatsoen opvreten en daarna gezamenlijk in het gezicht van de wereld boeren.

Ik doe mijn ogen open en zie dat de man en vrouw naast me in het bubbelbad zitten. Ze zitten er weer klaar voor. Ik sta op en klap voor ze terwijl ik uit het bad stap.

Ik loop weg en kijk nog één keer om. Kijk ze nou zitten. Die twee heerlijke chloorlappen.

Deze mensen gaan de mensheid redden.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden