Plus Column

'Ik sleep de ballon overal mee naartoe'

Femke van der Laan Beeld Oof Verschuren

Ik wacht tot de melk warm is. Mijn beker staat klaar op het aanrecht. Met het lepeltje tik ik zachtjes tegen de rand. Aan de binnenkant, heen en weer.

Ik wil altijd een lepel. Ik drink mijn koffie zonder suiker, maar met een lepel. Om doelloos te kunnen roeren. Om ­achtjes te ­kunnen draaien. Of zevens. Om wat schuim omhoog te scheppen en weer voorzichtig neer te leggen. Spelen.

Ik laat de lepel steeds zachter tegen de beker botsen en denk terug aan hoe we samen koffie dronken. Hij wilde geen lepel in zijn beker. Hij wilde maar één keer roeren en dat was het dan. Dus gebruikte hij die van mij. We konden samen toe met een lepel.

Met mijn duim en wijsvinger laat ik het lepeltje bewegingloos hangen in de beker. Dan laat ik het los en doe een stap naar achteren. Vanaf die plek kan ik mezelf zien in de spiegel in de gang. Soms verwacht ik daar wat anders. Wel mezelf. Natuurlijk mezelf.

Maar met naast of achter of boven mijn hoofd al die beelden. Al die herinneringen die zo aanwezig zijn dat ze zichtbaar moeten zijn geworden. Als een grote ballon die met een touwtje aan mijn pols vastzit. Eentje die ik overal mee naartoe sleep.

Niets maakt zo aanwezig als de dood. Over mensen die leven denk je niet zo veel na. Die zijn er. Ergens. Die zie je straks. Of morgen. Of misschien over een jaar pas weer. Maar die zitten niet met een touwtje aan je pols. Die kun je gerust even vergeten.

Ik zie de oven in de spiegel. Het keukenraam. Ter hoogte van mijn oor een stopcontact. Geen ballon. Ik ga weer tegen het aanrecht staan en laat met mijn pink de lepel rondjes draaien in de beker.

Ik denk aan de oudste. Ze ligt boven op haar bed en maakt huiswerk. Of misschien wel niet. Aan haar pols zit ook een touwtje. En aan dat touwtje een ballon. Net als bij de middelste. Zij is nu nog op school. Ik zie voor me hoe ze schrijft. Hoe elke beweging van haar hand de ballon aan haar pols laat dansen. Met kleine pasjes.

Dan denk ik aan de ballon verderop op het plein die vastzit aan de jongste. Zijn ballon gaat het hardst. Het hele plein over. Met de bal mee.

De stad is vol ballonnen. Met touwtjes vastgemaakt aan polsen.
Mijn pink stopt met draaien. De melk is klaar. Met mijn koffie ga ik aan tafel zitten. Ik draai mijn eerste achtje. In mijn ballon steekt iemand zijn hand uit naar mijn lepel.

Femke van der Laan (40) schrijft wekelijks over haar leven in de stad na de dood van haar echtgenoot Eberhard, de burgemeester van Amsterdam die op 5 oktober 2017 overleed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden