Artikel WitBeeld Oof Verschuren

Ik schrik altijd als ik hoor dat ik te aanwezig ben

PlusRoos Schlikker

Op een dag weet je het. Je wordt volkszanger. Dat althans is onbewust het brein van mijn jongste ingeslopen. Hij was al nooit fluisterzacht, maar tegenwoordig schalt hij voortdurend door de het huis: “NA ALLES HEB IK DIT VERDIEND, ZIJ WEET HET, ZIJ WEET HET!” inclusief aangedikt vibrato.

Hij merkt zelf niet dat hij het doet. Afwezig stapelt hij legoblokjes terwijl zijn stem aanzwelt tot wij in ergerniskoor roepen: “Yo! Kan het wat minder?”

Nee, hij kan niet minder. Want hij is geluidstechnisch erfelijk belast. Door mij.

“Het is je stem,” zei een visagiste ooit minzaam terwijl ze me maquilleerde. Ik mocht aanschuiven in een tv-programma, iets wat mijn extraverte kant doorgaans vrolijk doet opspringen. Tegelijkertijd jubelt mijn inwendige introvert juist altijd als ik word afgebeld zodat ik in pyjama onder een dekentje kan blijven liggen. Onuitlegbaar. Maar wie we echt zijn, is ons dikwijls sowieso een raadsel.

“Je hoort het toch wel? Dat jij een heel aparte stem hebt. Daarmee zeg je meteen: ‘Hallo! Hier ben ik!’ Hij is nogal prominent.” Ik keek de poederdame onthutst aan.

Ik schrik namelijk altijd als ik hoor dat ik te aanwezig ben. Dat komt door mijn moeder. Zodra mijn vader erg hard lachte in een restaurant, siste ze doodsbenauwd: “Rien! Hou je in!” Nu is mijn pa niet van de zich inhoudende soort, maar ik probeer nog altijd in haar mal te passen. Het mislukt alleen jammerlijk. Terwijl ik denk non-descript te zijn, schijn ik over te kunnen komen als holadijee-type dat klaterend en rinkelend overal binnen stampt.

Natuurlijk, ik ben ook erfelijk belast. Diezelfde moeder die mijn vader en mij tot stilte siste, deed alle hoofden omdraaien als ze door de straten vlinderde. Ze kleedde zich volledig in het wit, omdat ze meende dat dat lekker neutraal was. Ze had net zo goed een uitroepteken op haar voorhoofd kunnen plakken. Niets valt zo op als wit. Low profile, ze verlangde ernaar, maar kon het niet. Ooit brak ze haar heup. Mijn beste vriendin ging langs en vertelde achteraf: “Mijn hemel. Je moeder zag er opgedofter uit dan ik bij een huwelijk.”

Ach, moedertje, die opsmuk van jou. Het wit dat je gebruikte om je donkerte te verhullen. Jouw wit gebruik ik ook, om mijn schaduw weg te ruimen. Mijn wit is mijn harde lachen, mijn op het randje-opmerkingen, mijn stoerpraat aan de borreltafel. Wie we echt zijn, het is soms een raadsel.

Onze verlegenheid bracht ons tot oppoetsen. Zo sterk dat we harder glanzen dan we willen. Ongewild ongecamoufleerd. Maar dat geldt niet voor mijn jongste gelukkig. Die heeft nog geen aangepaste vezel in z’n lijf. Terwijl hij naast de voeten van zijn stervende oma op de ziekenhuislakens zat, imiteerde hij knalhard het gepiep van de ademhalingsmachines. Hij gaf haar een laatste beetje lucht. Ik weet zeker dat ze dat mooi gevonden had.

Dus laat ik hem lekker schallen nu. Sterker. Ik brul met hem mee. Want na alles hebben we dit verdiend. En zij weet het.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden